content
Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetii. Deze komt soms bij runderen voor, maar vaker bij kleine herkauwers zoals schapen en geiten. De bacterie wordt uitgescheiden via geboortematerialen, urine, melk en vaginaal vocht. Hij kan dus ook in opgedroogde mest, in stalstof en in ruwe wol zitten. U kunt besmet raken als u stofdeeltjes of waternevel inademt waar de bacterie in zit. Dit kan ook in de naaste omgeving van de stal gebeuren.
Kijk op www.qkoortsinnederland.nl voor de meest recente Q-koortskaart van Nederland.
Meer dan de helft van de mensen met Q-koorts heeft geen klachten. De mensen die wel klachten hebben, hebben vaak griepachtige verschijnselen. Soms verloopt Q-koorts ernstiger. Dan begint Q-koorts met hevige hoofdpijn, hoge koorts, spierpijnen en een ernstige longontsteking met droge hoest en pijn op de borst. De bacterie kan soms een leverontsteking veroorzaken. Deze klachten komen echter ook bij andere ziekten voor; het hoeft dus geen Q-koorts te zijn. Veel mensen die Q-koorts hebben gehad voelen zich daarna nog lange tijd moe en hebben weinig energie.
Naast de acute vorm bestaat er ook een zeldzame chronische vorm van Q-koorts. Deze uit zich meestal in een ontsteking van de hartkleppen. Chronische Q-koorts komt meestal voor bij patiënten met een afweerstoornis en bij hartpatiënten.
Zwangere vrouwen kunnen onder invloed van de ziekte een miskraam krijgen.
Als u bovenstaande klachten heeft, neem dan contact op met uw huisarts. Werkt u op een veebedrijf, geef dat dan aan. Wacht geen week; snel handelen is belangrijk om ernstige klachten te voorkomen.
Als u eenmaal Q-koorts hebt gehad, ook de milde vorm, dan volgt een langdurige bescherming. U kunt opnieuw besmet raken, maar u wordt er niet meer ziek van. Om te weten of u tegen Q-koorts beschermd bent, kunt u een bloedonderzoek laten doen. Dit kunt u aanvragen bij uw huisarts.
Er bestaat een preventief vaccin dat alleen geschikt is voor mensen die nog geen Q-koorts hebben gehad. Dit komt op korte termijn alleen beschikbaar voor mensen met specifieke hart- en vaatziekten; zij lopen namelijk een verhoogd risico op chronische Q-koorts. Valt u onder deze categorie patiënten, overleg dan met uw huisarts.
Als bij u Q-koorts is vastgesteld en u hebt klachten, dan krijgt u een antibioticumkuur. Let wel: ook na Q-koorts kunt u lang last houden van vermoeidheid. Cognitieve gedragstherapie voor mensen met chronische vermoeidheid kan helpen de vermoeidheid te hanteren. Bij de chronische vorm van Q-koorts is vaak jarenlang behandeling met antibiotica nodig.
De ziekte wordt niet van mens op mens overgedragen. Iemand met Q-koorts kan dus gewoon met collega’s, vrienden en gezinsleden omgaan.
Soms ontstaat er wrevel tussen een werkgever en werknemer omdat de vermoeidheid bij Q-koorts lang kan duren en onregelmatig verloopt. Ook in de privésituatie kan dan irritatie ontstaan. De zieke werknemer kan erg onzeker worden over wat hij of zij nog kan. Het is belangrijk dat de bedrijfsarts en de verzekeringsarts van UWV goed op de hoogte zijn van het verloop van Q-koorts en de werknemer hierbij begeleiden. De patïentenorganisatie voor mensen met Q-koorts zet zich in voor de lotgenoten en is te bereiken via www.stichtingquestion.nl. Een richtijn over verzuimbegeleiding van werknemers met Q-koorts wordt begin 2011 verwacht.
Het ministerie van LNV (nu: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft in samenwerking met LTO Nederland een Factsheet maatregelen Q-Koorts opgesteld. Dit geldt ook voor bedrijven met een publieke functie zoals kinderboerderijen. De maatregelen hierin gaan over vaccinatie van het vee, algemene hygiëne, mestopslag, het vervoer en uitrijden van mest, bezoek en de aflammerperiode. Doel is de verspreiding van Q-koortsbacteriën binnen en vanuit een bedrijf tegen te gaan. In het factsheet wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijven zonder Q-koorts, verdachte bedrijven en besmette bedrijven. Het staat op de website van het ministerie van EL&I, voorlopig nog bereikbaar via www.minlnv.nl. Ga via de homepage naar het onderwerp Q-koorts.
Welke maatregelen beperken het risico op Q-koorts?
Algemene hygiëne maatregelen
Handhygiëne
Handen en onderarmen wassen met water en zeep, goed drogen met een wegwerphanddoek.
Sieraden
Het dragen van ringen (ook gladde ringen), armbanden en polshorloges gedurende de werkzaamheden wordt afgeraden. Het afdoende reinigen van de huid ter plaatse van de ring is haast onmogelijk.
Nagels en haren
Nagels kort knippen. Haar wassen na het werk.
Zakdoek
Maak gebruik van papieren zakdoekjes. Gooi na het gebruik de zakdoek weg.
Kleding
Werkkleding wordt zo mogelijk dagelijks en bij zichtbare verontreiniging gewisseld. Werkkleding is een verzamelplaats van micro-organismen en moet gewassen worden. Vuile kleding moet van schone kleding gescheiden worden opgeslagen.
Wondjes
Open wondjes aan de handen en/of huidbeschadigingen moeten afgedekt worden met een pleister.
Hoesten
Niezen/hoesten met een afgewend gezicht. Hoesten met de hand voor de mond.
Uit recent onderzoek uitgevoerd door het Central Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad is gebleken dat Virkon S uitermate effectief is als desinfectiemiddel tegen de Coxiella Burnetii, de bacterie die Q-koorts veroorzaakt.
Het desinfectiemiddel van DuPont toonde een log 4 reductie, wat gelijk staat aan 99,99% afdoding. De gebruikte concentratie van 1% is effectief bij lage temperaturen en onder vervuilde omstandigheden.
Een stagiair jonger dan 18 jaar mag geen werk uitvoeren waarbij hij of zij kan worden blootgesteld aan Q-koorts. Hij of zij mag op een besmet bedrijf dus niet bij het aflammeren zijn, niet melken, niet mesten, niet de mesthoop bewerken, geen mestuitrijden en niet in een potstal werken.
Een stagiaire ouder dan 18 jaar mag wel op een met Q-koorts besmet bedrijf werken. Voorwaarde is wel dat hij of zij geïnformeerd is en voldoende bescherming aangeboden krijgt. Naast Q-koorts zijn er op een bedrijf nog meer ziekten die van dier op mens overdraagbaar zijn. Een stagiair moet zich daarvan bewust zijn, leren hoe blootstelling kan worden voorkomen en leren hygiënisch te werken.
Laat uw bloed dan testen om te zien of u in het verleden al Q-koorts hebt gehad en daardoor nu tegen Q-koorts bent beschermd. Bent u beschermd dan is er geen probleem en kunt u doorwerken. Bent u niet beschermd, dan is het raadzaam niet meer in het besmette bedrijf te komen.
N.B.: U komt dan wel in aanmerking voor vaccinatie. Overleg hierover met uw huisarts.
De volgende maatregelen beperken het risico voor de loonwerker:
Het is niet altijd zeker dat de schapen gevaccineerd zijn. Vraag het na bij de herder of eigenaar van de dieren. Is de kudde niet gevaccineerd blijf dan op afstand bij het aflammeren. Werk hygiënisch. Wees alert op ziekteverschijnselen en ga zo nodig tijd naar de huisarts.
Er is een nationaal onderzoeksprogramma gericht op:
I. het bepalen van de omvang van Q-koorts in Nederland bij mens en dier;
II. het vinden van risicofactoren en bronnen voor infectie;
III. de evaluatie van interventies zoals het mestbeleid en de vaccinatie van geiten en schapen;
IV. het verbeteren van de voorbereiding op epidemieën en de bestrijding ervan.
De tekst over Q-koorts op deze website is opgesteld door Stigas en afgestemd met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Op deze website vindt u regelmatig actuele informatie over Q-koorts. Kijk ook op www.qkoortsinnederland.nl.