content

Onder welke voorwaarden mogen 13-, 14- en 15-jarigen werk verrichten?

  • Bij 13- en 14-jarigen moet permanent toezicht aanwezig zijn en zij mogen niet zelfstandig werken.
  • 15-Jarigen mogen wel zelfstandig werken, maar er moet wel een toezichthouder voortdurend in de nabijheid zijn. De toezichthouder hoeft niet permanent aanwezig te zijn.
  • Kinderen mogen geen werkzaamheden verrichten waarbij niet in gevarieerde werkhoudingen kan worden gewerkt, zoals langdurig staan, op de knieën zitten, in een gedraaide of gebukte houding of met geheven schouders werken.
  • Kinderen mogen geen lasten tillen van meer dan 10 kg.
  • Genoemde norm geldt onder gunstige omstandigheden. Dat wil zeggen de last is goed vast te pakken, kan tussen knie en schouderhoogte worden opgepakt en weggezet worden.
  • Kinderen mogen geen voorwerpen duwen of trekken waarbij meer dan 20 kg kracht nodig is.

De trekkracht kan gemeten worden met een unster of trekveer. Door te duwen met een (personen)weegschaal tussen het voorwerp en uw handen, kunt u de duwkracht meten.

(Duwen is overigens beter dan trekken.) Vuistregel is dat de spierkracht van kinderen tot 15 jaar ongeveer 40–70% bedraagt van een volwassene.

  • Kinderen mogen binnen een termijn van 14 dagen na toepassing van gewasbeschermingsmiddelen niet in of met behandelde gewassen werken.
  • Kinderen mogen geen werkzaamheden doen waarbij permanent met persoonlijke beschermingsmiddelen moet worden gewerkt.
  • Kinderen mogen niet in een omgeving zijn waar machines staan waarbij snij-, knel-, plet-, elektrocutie-, brand- of valgevaar bestaat.
  • Kinderen mogen alleen aan een lopende band werken als de ondernemer schriftelijke toestemming heeft van de ouders of voogd(en). Klik hier voor de lopendebandovereenkomst. Uiteraard moeten kinderen veilig aan de band kunnen werken. Let hierbij vooral op inloopplaatsen, draaiende assen of asuiteinden. Houd er ook rekening mee dat kinderen vaak kleinere handen en vingers hebben en dus gemakkelijker ergens tussen of bij kunnen komen. Verder gelden bij het werken aan lopende banden de volgende

voorwaarden:

  • De laatste persoon aan de lopende band is altijd een volwassene.
  • De bandsnelheid is zo dat het voorwerp (bol, vrucht, etc) zich minimaal 8 seconden binnen handbereik van het kind bevindt (40 cm breed en 45 cm diep). Dit betekent dat de bandsnelheid niet meer dan 3 meter per minuut mag zijn.
  • De maximale reikafstand van kinderen is 30 cm. Als de onderarm afgesteund kan worden op een vlakke ondergrond van 8 centimeter diep en 60 centimeter breed mag de reikafstand vergroot worden tot 45 cm. Dit betekent dat de lopende band niet breder mag zijn dan 60 (of 90) cm als aan twee kanten gewerkt wordt of voorzien moet zijn van geleiders die ervoor zorgen dat de voorwerpen binnen de reikafstand komen te liggen (zie figuur).

 

Figuur: De geleider legt voorwerpen binnen gunstig armbereik

  • De lichaamstrillingen mogen niet meer dan 0,5 m/s2 bedragen en de hand-armtrillingen niet meer dan 2,5 m/s2.
  • In de ruimte waar kinderen werken mag de temperatuur niet hoger zijn dan 28 °C.
  • Als met heftrucks of andere mobiele arbeidsmiddelen wordt gewerkt zijn de kinderen fysiek van het heftruckverkeer afgescheiden. Dit kan doordat in de ruimte waar gewerkt wordt niet met heftrucks wordt gereden of dat een afscheiding wordt gecreëerd tussen de werkplek van de kinderen en de heftrucks (bijv. een rij met kuubskisten).
  • Kinderen mogen zich alleen verplaatsen door een ruimte waar sprake is van intern transport (bijv. met heftrucks) onder directe begeleiding van een volwassene.
  • De werkgever moet er voor zorgen dat de ouders of verzorgers van 13-, 14- en 15-jarigen worden geïnformeerd over de werkzaamheden die de kinderen verrichten, welke risico’s daaraan zijn verbonden en welke maatregelen zijn genomen om gevaren te voorkomen.
  • Als op een bedrijf kinderen werken moet hieraan in de risico-inventarisatie aandacht worden besteed.