content

Levensfasen

plaats hier uw antwoord.

  • Wat zijn de kenmerken van twintigers en hoe kan ik daarop inspelen?

    Twintigers zijn positief ingesteld en willen graag nieuwe dingen uitproberen en zoeken daarbij uitdaging en afwisseling in het werk. Zij zijn lichamelijk vitaal en hebben thuis weinig verplichtingen. Twintigers hebben echter nog weinig ervaring en lijden daardoor wel eens aan zelfoverschatting.

    Belangrijkste uitdaging voor twintigers: Deze bestaat uit het opzoeken van grenzen, zodat voldoende energie over blijft om zich ook privé te blijven ontwikkelen en daarmee een basis te leggen voor een gezond werkend bestaan.

    Levensfasebewust beleid voor twintigers: Afgelopen jaren is de trend gaande dat het aantal twintigers met een burn-out toeneemt. Het is dan ook belangrijk signalen tijdig op te vangen. Daarnaast kan in het werk goede begeleiding gegeven worden door: een duidelijk omschreven takenpakket, het zorgen voor regelmatige feedback en het bieden van de mogelijkheid voor een mentor (bijvoorbeeld een ervaren medewerker waarmee het persoonlijk klikt).

  • Wat zijn de kenmerken van dertigers en hoe kan ik daarop inspelen?

    De levensfase waarin dertigers zich bevinden, laat zich omschrijven als ‘het spitsuur van het leven’. Dertigers weten vaak beter dan twintigers wat hun mogelijkheden zijn. Ze zijn er op gericht om binnen die mogelijkheden op alle fronten van hun leven zoveel mogelijk eruit te halen wat er in zit (zowel werk als privé). Op het werk willen ze zich graag ontwikkelen, carrière maken en verantwoordelijkheid dragen. Men is bezig zich een

    positie te verwerven in de maatschappij, bijvoorbeeld door te trouwen, een gezin te stichten en actieve deelname in het verenigingsleven. Daarnaast zijn vrienden, vrije tijd, sport en reizen belangrijke ingrediënten voor tevredenheid van de dertiger.

    Belangrijkste uitdaging voor dertigers: Vanwege de drukte en ambities in werk en privé is deze groep kwetsbaar. Vanwege het ‘en, en, en’ is het van belang dat deze groep blijft relativeren en verstandige keuzes maakt.

    Levensfasebewust beleid voor dertigers: Het is van belang dat een organisatie zich bewust is van de ambities en daarmee samenhangende knelpunten van de dertiger. Naast het bieden van mogelijkheden om werk en privé beter af te stemmen (bijvoorbeeld parttime werken) is het belangrijk om een cultuur te creëren waarin vraagstukken rondom werk en privé bespreekbaar zijn en dit zichtbaar te vertalen. Een voorbeeld is het stimuleren van het feit dat carrière maken niet tussen 30 en 40 hoeft, maar dat dit ook op latere leeftijd kan.

  • Wat zijn de kenmerken van veertigers en hoe kan ik daarop inspelen?

    Veertigers laten zich vaak kenmerken door het feit dat zij hun persoonlijke situatie

    overdenken. Meestal heeft men het in de werk- en privé-situatie redelijk op de rails staan en zit men op het hoogtepunt van de baan. Veel mensen denken in deze fase over hun leven na door terug en vooruit te kijken. Op basis hiervan nemen sommige mensen radicale keuzes in werk dan wel privé.

    Belangrijkste uitdagingen voor veertigers: Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse vrouwen wereldwijd de oudste moeders zijn. Dit betekent dat veel veertigers nog relatief jonge kinderen hebben. Daarnaast neemt de kans op zorg voor ouders (mantelzorg) ook toe. Naast deze zorgtaken zijn veertigers op zoek naar reflectie en ruimte binnen werk en privé en op welke wijze zij dit afstemmen.

    Levensfasebewust personeelsbeleid voor veertigers: Gezien het feit dat veel veertigers behoefte hebben aan overdenking is aandacht voor de zingevingskant van het werk bijzonder belangrijk. Naast training en coaching kan een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) (net als overigens in alle andere levensfasen) met de juiste vragen een belangrijke bijdrage leveren. Hieruit kan bijvoorbeeld een scholingstraject voortvloeien waardoor de medewerker nieuwe uitdagingen vindt.

  • Wat zijn de kenmerken van vijftigers en hoe kan ik daarop inspelen?

    Vijftigers beschikken over veel werk- en levenservaring en zijn (normaliter) vitaal genoeg om veel te betekenen voor de organisatie. De verplichtingen thuis zijn minder dan in de voorgaande levensfasen en vijftigers hebben geleerd en bepaald op welke wijze zij met zichzelf, hun wensen en verplichtingen willen omgaan. Werk en privé zijn normaliter redelijk goed in balans.

    Belangrijkste uitdagingen voor vijftigers: Indien een persoon de voorgaande fase niet goed heeft doorlopen, kan teleurstelling en cynisme optreden. Hierdoor kan een vergroot risico ontstaan op het nemen van ‘psychische’ afstand van het werk. Hierin schuilt gevaar van demotivatie en (langdurig) verzuim.

    Levensfasebewust personeelsbeleid voor vijftigers: Het is belangrijk om als organisatie oog te hebben voor de positieve aspecten van de vijftiger, zoals de expertise en praktijkervaring. Dit kan door vijftigers in te zetten op werkzaamheden waar zij goed in zijn en door vijftigers als mentor te koppelen aan een jongere medewerker. Daarnaast is het van belang om te blijven investeren in oudere medewerkers middels opleidingen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat ‘invloed op het werk’, door middel van het geven van ruimte om zelf beslissingen te nemen, positief werkt voor deze groep. Deze invloed op het werk kan vormgegeven worden door medewerkers invloed te geven op de aard van de werkzaamheden, invloed te geven op beslissingen door gebruik te maken van expertise, invloed te geven op werktijden en afspraken te maken over te behalen resultaten (in plaats van de wijze waarop het resultaat behaald wordt). Bij fysiek werk is het aan te bevelen te kijken naar mogelijkheden om medewerkers minder zwaar te belasten.

  • Wat zijn de kenmerken van zestigers en hoe kan ik daarop inspelen?

    Op dit moment werken weinig mensen na hun zestigste jaar (1 op 3). Gezien de vergrijzing en de verwachte krapte op de markt en andere maatschappelijke ontwikkelingen, is de verwachting dat het aantal zestigers de komende jaren sterk zal stijgen. De zestiger is zijn loopbaan aan het afbouwen, waardoor er relatief meer aandacht ontstaat voor de privésituatie.

    Belangrijkste uitdagingen voor zestigers: Aangezien de medewerker zich in de eindfase van zijn/haar werk bevindt, is het de uitdaging te zorgen dat deze medewerkers op een prettige wijze hun loopbaan kunnen afsluiten. Daarnaast is het van belang om als organisatie een balans te vinden in enerzijds zo veel mogelijk gebruik maken van de ervaring en kennis van de medewerker en anderzijds voorbereid te zijn op afbouw van de loopbaan van desbetreffende medewerker.

    Levensfasebewust personeelsbeleid voor zestigers: Gezien de verwachte toename van zestigers in het arbeidsproces is het van belang om als organisatie hierover na te denken. De zestiger kan evenals de vijftiger optimaal ingezet worden als mentor en ook hierbij is het van belang ruimte en invloed te geven op het werk. Daarnaast is het verstandig om als werkgever na te denken op welke wijze deze ondersteuning kan bieden bij zingevingsvraagstukken en om ruimte te bieden (in bijvoorbeeld tijd) voor ontwikkelingsmogelijkheden buiten het werk.

  • Werken met verschillende generaties

    Iedere generatie kent zo zijn eigen grondwaarden, normen en leefregels. Dit wil nogal eens verschillen met de daaropvolgende generatiegroepen. Dit verschil van zicht veroorzaakt soms vooroordelen en onbegrip. De spreekwoordelijke ‘generatiekloof’. Inzicht in elkaars drijfveren is vaak de eerste stap tot een vruchtbare samenwerking.

     

    VETERANEN

    (De stille generatie)

    geboren voor 1946

    In control

     

    Traditioneel

    Gedisciplineerd

    Consistent

    Respectvol

    Regels nodig

    Gehecht aan order

    Werk is nodig

    Geïnteresseerd in eigen carrière

    Houdt zaken graag onder controle

     

    BABYBOOMERS

    (De naoorlogse babyboom-generatie)

    Geboren tussen 1946-1964

    Open geest

     

    Creatief

    Onafhankelijk

    Optimistisch

    Loyaal

    Ambitieus

    Praktisch gericht

    Politiek betrokken

    Hecht belang aan status

    Coacht graag anderen

     

    GENERATIE X

    (De ‘verloren’ generatie)

    Geboren tussen 1965-1980

    Individualisme

     

    Flexibel

    Individualistisch

    Resultaatgericht

    Gericht op de korte termijn

    Niet bang voor veranderingen

    Niet echt organisatietrouw

    Waardeert feedback

    Status wordt minder belangrijk gevonden

    Hecht belang aan de eigen rechten

     

    GENERATIE Y

    (De millennium generatie)

    Geboren na 1980

    Zelfcontentieus

     

    Optimistisch

    Zelfcontentieus

    Behoefte aan flexibiliteit

    Sociaal betrokken

    Groepsspeler

    Stelt hoge eisen

    Multitasker (kan meerdere dingen tegelijk)

    Niet bang fouten te maken

    Technologie is een tweede natuur

     

      

    Motivatiebronnen voor jongeren (generatie Y) op het werk

    Feedback

    Generatie Y verwacht te ontvangen feedback voortdurend. Ze willen uitgedaagd worden en zij vragen om regelmatige evaluaties.

    Herkenning

     

    Generatie Y wil worden erkend. Terwijl andere generaties de voltooiing van werkzaamheden als iets normaals zien, willen de jongeren van nu horen dat ze goed werk geleverd hebben.

    Flexibiliteit

    Generatie Y hecht veel belang aan flexibiliteit, zoals werktijden en werken vanuit huis.

    Betrokkenheid

     

    Een goede werksfeer en vriendschappelijke relaties met collega's, zijn belangrijk voor generatie Y. net als werken voor een goede zaak en/of product. Belangrijk is dat hun werk toegevoegde waarde voor de samenleving heeft.

    Uitdagingen

     

    Generatie Y wordt gedreven door verandering. Ze zoeken voortdurend naar andere uitdagingen en nieuwe dingen om te leren en te doen. Herhaling is voor hen niet stimulerend.

    Evenwicht werk en privé

    Generatie Y vindt het persoonlijke leven net zo belangrijk als werk. Werk is interessant maar alleen als het in evenwicht is met privé.

    Salaris

     

    Generatie Y verwacht een marktconform salaris te ontvangen. Via het internet, salarisenquêtes, enzovoort houden zij zichzelf hiervan goed op de hoogte. Zij weten heel goed wat ze waard zijn en hoeveel ze zouden moeten verdienen.

     

  • De levensfase- en loopbaanmatrix

  • Een oudere medewerker, wat is dat?

    Een oudere medewerker is een medewerker die 10 jaar of langer in dezelfde functie zit en aan het eind van zijn salarisgroei is gekomen.

  • Oudere medewerkers en verzuim – speelt de leeftijd echt geen rol?

    Leeftijd speelt een ondergeschikte rol. Uit TNO-onderzoek blijkt dat persoonlijke leefstijl, het aantal jaren dat iemand dezelfde functie vervult en lichamelijk zware beroepen meer invloed op de gezondheid en het verzuim van oudere werknemers hebben dan leeftijd. Dat is belangwekkend voor werkgevers, want juist aan de laatste twee factoren - functieduur en fysieke belasting - kunnen zij zelf iets doen.

    Minder verzuim bij regelmatig wisselen van functie: 60-ers die korter dan 1 jaar in dezelfde functie werkzaam waren, bleken gemiddeld minder dan 5 dagen per jaar ziek te zijn, terwijl 60-jarigen met een lange functieduur (langer dan 9 jaar in dezelfde functie werkzaam) gemiddeld 9 dagen per jaar ziek waren.

    Naarmate werknemers ouder worden, is lichamelijk zwaar werk sterker van invloed op de gezondheid. De inzetbaarheid van 50-plussers neemt hierdoor af terwijl met het toenemen van de leeftijd bepaalde geestelijke vermogens juist toenemen, bijvoorbeeld kennis en ervaring, maar ook het vermogen om onderlinge verbanden te leggen of overzicht te houden over een probleem. Het is de kunst hiervan in het werk gebruik te maken; regelmatig wisselen van functie - óók wanneer werknemers ouder worden.

    Slechts een klein deel van de oudere werknemers verzuimt relatief lang. Dit drukt de gemiddelde gezondheid van de hele groep ouderen en dat werkt vervolgens door in de beeldvorming over vermeende ongezondheid van alle ouderen.

  • Werkgevers

    • Hoe motiveer ik mijn twintigers?

      Biedt veel afwisseling in het werk, zodat hij kan ervaren wat hij goed en wat hij minder goed kan. Belangrijk is ook dat hij werk kan doen dat net iets boven zijn kunnen ligt; af en toe op uw tenen lopen is uitdagend en leerzaam. Belast een twintiger niet teveel met lange termijn zaken, hij wil snel resultaat zien.

    • Hoe motiveer ik mijn dertigers?

      Neem de dertiger niet te veel uit handen. Voor hem is het belangrijk dat hij zoveel mogelijk zelf kan plannen en organiseren. Dat hij zich professioneel kan verdiepen door speciale opdrachten, nieuwe werkzaamheden, bijdragen in projecten of door opleiding en training. Voorkom een te eenzijdige rationele ontwikkeling, maar daag de dertiger uit om de zaak ook eens door de ogen van een ander te bezien.

    • Hoe motiveer ik mijn veertigers?

      Schrik niet terug voor twijfel bij de veertiger. Beschouwende gesprekken af en toe kunnen nieuwe zingeving helpen ontdekken. Soms kunnen veranderingen in de taakinhoud wenselijk zijn.

    • Hoe motiveer ik mijn vijftigers en zestigers?

      Organiseer het werk voor de vijftiger en zestiger zo, dat hij zijn bijdrage kan leveren. De vijftiger/zestiger moet niet beoordeeld worden met de prestatienormen die voor de dertiger gelden. Wel belangrijk is het om gebruik te maken van zijn specifieke inzichten, ervaring en vaardigheden.

    • Wat kan ik nog meer doen als het gaat om levenfasebewust werken?

      Stimuleer werken in teamverband. Laat in de teams oudere werknemers met jongeren samenwerken. Op die manier

      • wordt recht gedaan aan de specifieke kennis en vaardigheden van elk individueel teamlid.
      • wordt rekening gehouden met bijvoorbeeld de fysieke belastbaarheid.
      • stagneert de productie het minste bij onverhoopte uitval van een teamlid.
      • werken ervaren en onervaren medewerkers met elkaar samen.
    • Hoe voorkom ik dat mensen vastroesten in hun huidige functie?

      • Laat verschillende taken afwisselend door verschillende medewerkers verrichten (taakroulatie).
      • Breid taken uit met gelijksoortige werkzaamheden (taakverbreding). De werkzaamheden zelf veranderen eigenlijk niet, het is veel meer het eindresultaat of het product waaraan gewerkt wordt dat verandert.
      • Breid taken uit met andere (nieuwe) werkzaamheden die sterk aan de huidige taak zijn gerelateerd. Over het algemeen geldt dat de betreffende medewerker de taak in nieuwe vorm pas kan uitvoeren als deze opnieuw wordt ingewerkt en/of zichzelf heeft voorbereid door het volgen van een training, opleiding etc. Een voorbeeld is een senior drukker die ook op de afdeling Verkoop Binnendienst wordt ingezet.
      • Scholing is één van de middelen om vastroesten te voorkomen. Ook voor scholing krijgt u ouderen enthousiast, als u er maar zorgvuldig mee omgaat. Botweg uit het hoofd leren gaat vaak niet meer zo makkelijk.
        • Geef vanaf het begin een duidelijk programma en wijzig hier niet in.
        • Zorg voor een informele leeromgeving waarin een ieder zich op zijn gemak voelt.
        • Bouw het programma op van makkelijk naar moeilijk.
        • Houd rekening met faalangst en maak de kans op succes bij oefeningen in het begin groot.
        • Maak gebruik van de begrippen die de deelnemers kennen, sluit aan op voor hen herkenbare situaties.
        • Koppel de theorie continu aan de praktijk en de ervaringen van mensen.
        • Beperk het geven van informatie tot korte perioden (20 – 30 minuten) en ga dan weer oefenen.
        • Vermijd concurrentie tussen cursisten.
        • Bevorder samenwerking tussen cursisten door groepsopdrachten.
        • Stel iemand aan in de organisatie die de deelnemers tijdens het leerproces vertrouwelijk tot steun kan zijn.
        • Plan de scholing ruim van tevoren.
    • Hoe zorg ik dat mijn medewerkers werk en privé kunnen combineren?

      Bespreek regelmatig de arbeidsduur en het arbeidspatroon met uw medewerkers. Ga na of aanpassingen gewenst en mogelijk zijn. Maak het onderdeel van uw functioneringsgesprekken.

      Wees zelf goed op de hoogte te zijn van de wettelijke verlofmogelijkheden en cao-afspraken. Informeer uw medewerkers hierover.

    • Hoe krijg ik zicht op de factor leeftijd in mijn bedrijf – checklist

      Download de checklist (Bron: Raad voor Werk en Inkomen). Uitgebreid en heel inzichtelijk!  Neem na het invullen contact op met uw Stigas-adviseur.

    • Hoe zet ik een leeftijdsbewust personeelsbeleid op?

      Met de Plan - Do - Check - Actmethode pakt u het gestructureerd aan.

      Stap 1 Plan maken

      Inventariseer uw personeelsbestand

      Breng in kaart hoe groen of grijs uw organisatie is. Ga daarom na hoe het aantal medewerkers en het aantal fte’s verdeeld is over een vijftal leeftijdscategorieën:

      • Jonger dan 25 jaar
      • 25 – 34 jaar
      • 35 – 44 jaar
      • 45 – 54 jaar
      • 55 – 64 jaar

      Mogelijk is deze verdeling op het oog al scheef. U kunt de indeling daarom afzetten tegen statistieken voor uw branche, zie de website van het CBS: www.cbs.nl.  Het vergelijken van het personeelsbestand met andere organisaties geeft een indicatie van mogelijke knelpunten binnen uw eigen organisatie.

      Inventariseer de verschillen tussen afdelingen en functies

      Ga vervolgens na of er binnen uw organisatie leeftijdsverschillen zijn tussen afdelingen, functiegroepen, soorten werk of processen. Bijvoorbeeld:

      • Welke functies worden vooral door jongeren bezet?
      • Welke afdelingen zijn meer vergrijsd dan andere?
      • Hoeveel oudere medewerkers voeren fysiek zwaar werk uit?

      Zo kunt u straks heel doelgroepgericht verbetermaatregelen inzetten om een achterstand weg te werken. 

      Beschrijf uw toekomstig personeelsbestand

      Stel dat er niets verandert aan de huidige koers, hoe ziet de personeelsverdeling er dan over vijf jaar uit voor de organisatie als geheel? En voor afdelingen en functiegroepen? Probeer een voorspelling te maken van de toekomstige vergrijzing bij ongewijzigd beleid. Hieruit kan de noodzaak blijken om iets te veranderen aan de huidige koers. Dat inzicht is één van de pijlers van leeftijdsbewust beleid.

      Afwijkingen van het huidige personeelsbestand in de toekomst hoeven niet problematisch te zijn. Belangrijker dan leeftijd is de inzetbaarheid van medewerkers. Onder inzetbaarheid verstaat TNO: de mate waarin iemand zijn of haar huidige of potentieel toekomstige werk goed kan en wil vervullen. Tip: Gebruik bestaande informatie

      Voorlichting, communicatie en draagvlak is een voorwaarden voor succes

      Voordat u begint met uw leeftijdsbewust personeelsbeleid, gaat u informeren, communiceren en draagvlak creëren. Bijvoorbeeld door discussies over het onderwerp te starten in werkoverleg. Of door voorlichting te geven over vergrijzing in de organisatie. Zorg dat in ieder geval het lijnmanagement overtuigd is van het nut en de noodzaak van leeftijdsbewust beleid. Hierbij telt: draagvlak is niet alleen een mondelinge toezegging, maar ook toekenning van bijbehorende middelen (tijd en geld). Laat alle partijen weten waar u mee bezig bent, wat de resultaten zijn en wat u van hen verwacht. En geef ze de mogelijkheid te laten weten wat ze ervan vinden. Door middel van werkconferenties bijvoorbeeld.

      Stap 2 Willen: De bereidheid om met leeftijdsbewust beleid aan de slag te gaan

      Waar een wil is, is een weg. Als de gevoelde noodzaak er is bij u en bij het management, gaat u aan de slag met de voorbereiding en ontwikkeling van beleid.

      Stap 3 Do: Een actieplan opstellen

      Wanneer u alle informatie op een rijtje heeft, formuleert u de visie en doelstellingen van leeftijdsbewust beleid. Een voorbeeld van een visie is: ‘deze organisatie prikkelt haar medewerkers om gezond naar hun pensioen te gaan’. De bijbehorende doelstellingen kunnen een ambitie uitspreken: ‘medewerkers werken dit jaar aan de uitvoering van hun persoonlijk ontwikkelplan’. Vervolgens specificeert u uw doelstellingen volgens de zogenoemde SMART-methodiek: Is de actie Specifiek geformuleerd? Meetbaar? Acceptabel voor alle partijen? Realistisch? Gebonden aan een specifiek Tijdsplan? In lijn met het hiervoor genoemde voorbeeld: ‘per eind 20.. hebben ten minste 80% van alle 50-plussers alle afspraken uit hun persoonlijk ontwikkelplan gerealiseerd’.

      Verricht eventueel nader onderzoek

      Soms blijkt uit de PLAN-fase dat u een nadere inventarisatie van de behoeften van de medewerkers moet uitvoeren. Bijvoorbeeld:

      • Onder welke voorwaarden zouden zij langer aan het werk willen blijven?
      • Welke factoren in werk- en leefstijl beïnvloeden de inzetbaarheid?
      • Wat verwacht de doelgroep zelf van leeftijdsbewust personeelsbeleid of ouderenbeleid?


      Voer een cultuurverandering door

      Cultuurverandering is een onderdeel van het invoeren van leeftijdsbewust beleid. In deze fase probeert u kennis, vaardigheden of attitudes te veranderen. Hoe doet u dat?


      Maak beter gebruik van bestaand beleid

      Informeer en gebruik het bestaand beleid en de bestaande regelingen beter. Uit onderzoek blijkt dat werknemers vaak niet volledig op de hoogte zijn van reeds bestaande maatregelen uit het personeelsbeleid. Zoals de mogelijkheid om in deeltijd te werken. Toch zie je dat degenen die van deze regeling wel gebruik maken, er tevreden over zijn.

      Stap 4 Check

      Meet de SMART-doelstellingen meten

      In de PLAN-fase heeft u SMART-doelstellingen geformuleerd. In de DO-fase voert u de acties bij deze doelstellingen uit. In deze CHECK-fase kunt u gaan kijken in hoeverre u met de acties de gestelde doelen hebt bereikt. En als dat niet het geval is, waar ligt dat dan aan? Dit levert bijstellingen op in de plannen en leerpunten voor andere acties in het leeftijdsbewust beleid.

      Informeer en communiceer

      Ook in deze fase is het van belang om alle betrokken partijen te informeren over de uitkomsten van de acties. En ze te laten weten hoe de organisatie hier verder mee omgaat. Het is belangrijk regelmatig over leeftijdsbewust personeelsbeleid te informeren, te communiceren én vooral ook te discussiëren. Zo blijft het onderwerp op de agenda staan.

      Verbeter het leeftijdsbewust beleid

      Beleid dat ontstaan is uit uw actieplan dient regelmatig geëvalueerd te worden (levert het leeftijdsbewust beleid nog steeds op wat we ervan verwachten?) en desnoods aangepast. De PDCA-cirkel waarborgt deze kwaliteits-check. U kunt uw beleid evalueren door bijvoorbeeld bepaalde onderwerpen op te nemen in periodieke metingen, zoals medewerkerstevredenheidsonderzoek, of beleidsonderzoek.

    • Nog 7 gouden tips voor leeftijdsbewust personeelsbeleid

      Tip 1: Stimuleer taak- en functieroulatie

      Voorkom dat mensen langdurig eenzijdig werk doen en daardoor vastroesten. Iemand die langdurig hetzelfde werk doet, zal meer moeite hebben met veranderingen dan iemand die regelmatig van werkzaamheden wisselt. Dat kan in diverse vormen, bijvoorbeeld door taak of functieroulatie. Zorg ervoor dat mensen het vanzelfsprekend gaan vinden om eens te veranderen van werk, dat ze dit niet bedreigend vinden maar waardevol voor hun eigen positie en dat ze de noodzaak van scholing in dit verband duidelijk zien.

      Tip 2: Leg de verantwoordelijkheid ook bij de werknemer

      Het bedrijf en de werknemers zijn samen verantwoordelijk voor de inzetbaarheid van werknemers. Van werknemers mag verwacht worden dat zij zelf actief werken aan hun loopbaan en dat zij zelf initiatieven nemen om cursussen te volgen. Stimuleer uw medewerkers hierin. Maak duidelijk dat goede initiatieven beloond worden.

      Leeftijd is geen excuus voor minder functioneren. Is dat wel het geval maak dit dan zo snel mogelijk bespreekbaar. Zoek samen met de medewerker naar oorzaken en oplossingen.

      Tip 3: Betrek medewerkers

      Betrek uw (oudere) werknemers in een vroeg stadium wanneer u van plan bent om maatregelen te nemen om hen goed inzetbaar te houden. Hun inbreng is van groot belang. Zij zijn de experts en moeten uiteindelijk het werk doen. Ook verkleint u zo de kans op eventuele weerstanden en verzet tegen veranderingen.

      Tip 4: Besteed extra aandacht aan ouderen

      Oudere werknemers kunnen door hun ervaring een belangrijke bijdrage leveren. Wel is het belangrijk dat u voldoende in medewerkers investeert. In de praktijk zal dit vaak neerkomen op maatwerk. De oudere werknemer bestaat immers niet. Wat kunt u doen? Soms is het een kleine moeite om een functie aan te passen aan de specifieke mogelijkheden van een individuele oudere werknemer. Zo kunnen de meest belastende

      elementen misschien door een collega worden overgenomen. Ook kan besproken worden of de werknemer andere diensten kan draaien. Als een uitvoerende functie voor iemand te zwaar wordt, is het misschien mogelijk dat hij - mits hij daarvoor de capaciteiten heeft - een mentorfunctie krijgt. Een andere mogelijkheid is

      vrijwillige demotie: overplaatsing naar een lagere functie met soms een lagere beloning.

      Tip 5: Scholing voor iedereen

      In de praktijk blijkt dat ouderen minder cursussen volgen dan jongeren. Gevolg is dat oudere werknemers vaak een achterstand oplopen ten opzichte van hun jongere collega’s. Wanneer u een opleidingsplan maakt voor uw bedrijf, besteed hier dan extra aandacht aan. Streef ernaar dat oudere werknemers net zo vaak meedoen aan cursussen als jongere werknemers. Analyseer welke factoren in uw bedrijf belemmeren dat ouderen mobiel blijven. Biedt de organisatie bijvoorbeeld voldoende doorstroommogelijkheden aan deze groep werknemers?

      Tip 6: Preventieve aandacht voor belasting-belastbaarheid

      Stress vormt voor oudere werknemers een belangrijke oorzaak van gezondheidsproblemen. Ook krijgen sommige oudere werknemers fysieke klachten. Ga na of deze klachten te maken hebben met de werkbelasting van uw werknemers. Schakel hierbij uw arbodienst in. Zorg ook voor periodiek medisch onderzoek (PMO/PAGO) of een individuele health check-up. Wees alert op frequent of langdurig verzuim.

      Tip 7: Leren van elkaar

      Leidinggeven aan oudere medewerkers is niet altijd eenvoudig. Leiding krijgen van een jonge leidinggever met minder ervaring maar met een recente en dikwijls betere opleiding is ook niet gemakkelijk. Organisaties veranderen snel en stellen hoge eisen aan de aanpassingsbereidheid van medewerkers. Oudere medewerkers hebben om verschillende reden dikwijls een andere perceptie van veranderingen dan jongere collega’s en managers. Het vergt goed leiderschap om belangen bij elkaar te brengen. Veel leidinggevers worstelen met hetzelfde probleem. Velen vinden daar ook creatieve oplossingen voor. Uitwisselen van ervaringen kan u helpen in uw specifieke situatie. Dit kan door een collega leidinggever te raadplegen, maar ook in groepsverband.

      (Bron: leeftijdophetwerk.nl)