content

Werkvermogen

plaats hier uw antwoord.

  • Wat is werkvermogen?

    Werkvermogen (ook wel inzetbaarheid genoemd): de mate waarin iemand zowel lichamelijk als geestelijk in staat is om zijn huidige werk uit te voeren. In de optimale situatie zijn ‘belasting’ en ‘belastbaarheid’ met elkaar in balans. 

  • Hoe kan ik mijn werkvermogen testen?

    Met de WerkVermogensMonitor (WorkAbility Index). Dit is een online vragenlijst die uw werkvermogen in kaart brengt. De monitor doet gefundeerde uitspraken over uw werkvermogen nu en in de toekomst. Invullen duurt ongeveer 10 minuten. Het resultaat ziet u direct op uw scherm. Bij onderdelen waar u minder goed scoort, staat een advies om uw werkvermogen te vergroten. Dit zijn praktische handvaten voor verbetering, waarmee u meteen aan de slag kunt. Deelname is anoniem. 

    Interesse? Neem contact op met uw Stigas-adviseur.

  • Wat is het risico van een verminderd werkvermogen?

    Mensen met een verminderd werkvermogen hebben meer moeite met het vervullen van de dagelijkse taken en zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor productiviteitsverlies binnen een bedrijf. Werknemers met een slecht werkvermogen lopen ruim tien keer zo veel risico om binnen vier jaar arbeidsongeschikt te raken als werknemers met een goed werkvermogen. Dit raakt zowel de werkgever als de werknemer, want arbeidsongeschiktheid heeft een rechtstreeks verband met vermindering van het inkomen.

  • Wat is de invloed van arbeidsomstandigheden op het werkvermogen?

    Als de balans tussen belasting en belastbaarheid verstoord is, kan het werkvermogen minder worden. De belastbaarheid wordt gevormd door wat iemand aankan op geestelijk en lichamelijk gebied. De belasting wordt gevormd door de lichamelijke en geestelijke eisen die het werk aan iemand stelt.

    Denk bij belasting aan:

    • tillen, bukken, duwen, steeds dezelfde bewegingen maken en reiken. Dit levert een lichamelijke belasting op voor ondermeer de rug, nek en schouders. Voorbeelden zijn: bukken en tillen bij aanleg van bestrating in tuinen, het maken van steeds dezelfde bewegingen bij het oogstwerk in de tuinbouw, langdurig zitten door loonwerkers en blootstelling aan trillingen door het werken met landbouwvoertuigen en trillend gereedschap.
    • inademen van stof en gevaarlijke stoffen (zoals bestrijdingsmiddelen). Dit kan leiden tot klachten aan de luchtwegen.
    • het ontstaan van zoönosen, tekenbeten en/of allergieën
    • een hoge werkdruk, eentonig werk, overwerk of verslechterde arbeidsrelaties. Deze leiden tot stress en op den duur tot kans op overspannenheid. Als pieken in de werkdruk te vaak en te lang voorkomen, kan dit leiden tot spanningsklachten. Ook kunnen een slechte werksfeer, pesten op het werk, te weinig ondersteuning en waardering en te weinig eigen invloedmogelijkheden tot psychische overbelasting leiden.
    • problemen in de privésituatie. Denk hierbij aan financiële of relationele problemen, verslavingsproblematiek, burenruzie, gezondheidsproblemen en dergelijke.
  • Wat is de invloed van veroudering op het werkvermogen?

    Tussen het 20e en 35e levensjaar bereiken mensen hun beste lichamelijke prestaties. Alle fysieke systemen functioneren dan optimaal. Vanaf gemiddeld 35 jaar neemt het lichamelijk vermogen langzaam af. Echter: lang niet alle lichamelijke veranderingen zijn meteen merkbaar en bovendien zijn er grote verschillen tussen mensen.

    Niet-beïnvloedbare effecten van veroudering

    Na het 45e levensjaar nemen conditie, spierkracht, gezichts- en gehoorvermogen merkbaar af. Veel vijftigers hebben meer moeite om zware voorwerpen te tillen en ze maken vaker gebruik van een leesbril. De verklaring ligt in afnemende spiercapaciteit en toename van lichaamsvet ten opzichte van spierweefsel. De gevolgen zijn:

    • afname van uithoudingsvermogen (sneller moe zijn)
    • langere hersteltijd (langer nodig hebben om te herstellen van fysieke inspanning)
    • meer last van verstoord bioritme (na een jetlag of als gevolg van werken in de avond en nacht)

    Fysieke vermogens nemen af met het toenemen van leeftijd. Maar tegelijkertijd nemen sommige mentale vermogens toe. Het analytisch en probleemoplossend vermogen neemt over het algemeen toe. De verklaring zit in de toename van werk- en levenservaring naarmate iemand ouder wordt.

    Beïnvloedbare veroudering

    De mate waarin de verouderingsverschijnselen zich manifesteren, verschilt tussen mensen. Bovendien nemen de verschillen tussen mensen toe naarmate mensen ouder worden. Pasgeboren, gezonde baby’s verschillen amper in hun ontwikkeling en ontwikkelsnelheid. Hoogbejaarde mensen verschillen onderling sterk: sommige kwijnen weg in een verpleeghuis, andere zijn maatschappelijk actief in vrijwilligerswerk en vervullen met verve de rol van opa of oma. De verschillen tussen mensen hebben onder meer te maken met:

    • chronische ziekte(n) of gebreken: hart- en vaatziekten, kanker, reumatische aandoeningen etc.
    • leefstijl, onder meer: mate van beweging, voeding en eetgewoontes, roken, alcoholgebruik, mate van ontspanning
    • houding ten opzichte van (veranderingen in) het werk: veranderbereidheid, leervermogen, betrokkenheid bij het werk, de organisatie en de klanten/ afnemers
    • Leefstijl en houding zijn beïnvloedbaar. En daarmee ook de snelheid en mate waarin verouderingsverschijnselen zich manifesteren.  

    Effecten van veroudering op inzetbaarheid

    De inzetbaarheid verandert bij het ouder worden, maar hoeft niet te verminderen. Een aantal veranderingen manifesteert zich over het algemeen bij ouderen, maar heeft als oorzaak slecht personeelsbeleid. Leeftijd heeft amper hiermee te maken.

    Veel ouderen met kennisintensief werk zijn sterk gespecialiseerd en daarmee heel smal inzetbaar. Ze hebben last van ervaringsconcentratie: veel weten van weinig. De oorzaak ligt in te lang hetzelfde werk doen, zonder bijscholing of taakveranderingen.

    Veel ouderen met fysiek belastend werk hebben klachten aan het bewegingsapparaat (nek, schouders, heupen, knieën). De oorzaak ligt gedeeltelijk in het fysiek zware werk, maar vooral ook in:

    • een tekort aan variatie: er zijn wel fysiek minder zware taken, maar die worden veelal door één persoon verricht, terwijl de overige medewerkers het zware werk uitvoeren.
    • onvoldoende of onjuist gebruik van de aanwezige hulpmiddelen om het zware werk te verlichten.
    • leefstijl: medewerkers bewegen onvoldoende buiten het werk, eten ongezond of roken en drinken (te) veel.

    Met het toenemen van iemands leeftijd neemt de kans op lichamelijke beperkingen weliswaar toe, maar dit heeft amper beperkende invloed op inzetbaarheid. Er zijn vijf verklaringen:

    • De invloed van veel lichamelijke beperkingen is te compenseren via hulpmiddelen (bijv. een leesbril of een groter beeldscherm om afnemend gezichtsvermogen te compenseren).
    • Niet iedereen veroudert even snel; gezondheidsverschillen tussen mensen zijn groot.
    • Leefstijl heeft veel invloed op inzetbaarheid, vaak meer dan leeftijd. Een gezonde leefstijl volgt uit onder meer bewegen, gezonde voeding, niet roken.
    • Voor veel hedendaagse beroepen heeft de afname in fysieke gezondheid amper invloed op inzetbaarheid. Veel banen doen vooral een beroep op cognitieve en sociaal-emotionele vermogens (en die nemen niet af, maar soms zelfs toe, met het toenemen van leeftijd);
    • Afwisseling van werkzaamheden maakt dat fysiek zwaar werk langer kan worden volgehouden. Ook (ergonomische) aanpassingen in de werkomgeving of de hulpmiddelen dragen hieraan bij.  

    Conclusie

    De inzetbaarheid van ouderen hoeft niet minder te zijn dan die van jongeren, maar is wel anders. Door hier bij het toewijzen van taken rekening mee te houden, maken organisaties optimaal gebruik van de sterke kanten van medewerkers in verschillende levensfasen. Als daarnaast preventief beleid wordt gevoerd om problemen die vaak samengaan met het ouder worden te voorkomen, zal de arbeidsproductiviteit van een organisatie niet worden aangetast door de vergrijzing.

  • Wat moet ik doen als ik een verminderd werkvermogen vermoed?

    Het preventiespreekuur bij de Stigas-preventieadviseur of de bedrijfsarts is bedoeld om eventuele klachten in een vroegtijdig stadium te kunnen signaleren en oplossen. Van dit spreekuur kunnen medewerkers anoniem gebruik maken als zij klachten ervaren.

    De Stigas-preventieadviseur of de bedrijfsarts bepaalt samen met u welke maatregelen nodig zijn om het werkvermogen weer op niveau te brengen. Hierbij kunt u denken aan zaken als:

    • samen nagaan welke praktisch toepasbare mogelijkheden nu al binnen uw handbereik liggen. Zoals bijvoorbeeld: tips voor op het werk, of om op een zo min mogelijk ingrijpende manier meer te bewegen en gezonder te leven.
    • het inzetten van een gericht werkplekonderzoek, waarmee de belasting die de werktaken voor de betreffende medewerker opleveren in kaart worden gebracht. Uiteraard wordt hierbij ook geadviseerd over verbetermogelijkheden.
    • na toestemming van de medewerker: overleg met werkgever om na te gaan of (tijdelijke) aanpassing van werkzaamheden en werktaken mogelijk is.
    • gerichte interventies zoals een rugversterkingsprogramma, bedrijfsmaatschappelijk werk of psychologische begeleiding.

    Bovenstaande interventies kunnen ook worden ingezet als de uitslag van de WerkVermogensMonitor en het vervolgonderzoek hiertoe aanleiding geven.

  • Werkgevers

    • Waarom is het, juist in de agrarische sector, belangrijk om aandacht te besteden aan het werkvermogen van medewerkers?

      Agrarische medewerkers hebben op 50-55 jarige leeftijd vaak hun krachten opgebruikt, terwijl er nog een flink aantal jaren tot de pensioengerechtigde leeftijd te overbruggen zijn. Bedrijven die oudere medewerkers in dienst hebben, zien zich vaak geconfronteerd met knelpunten op het gebied van inzetbaarheid en productiviteit.

      Aandacht besteden aan het werkvermogen van uw medewerkers is vanuit sociaal en economisch oogpunt van belang. De ervaring leert dat uitval, verloop en bedrijfsongevallen afnemen naarmate een werkgever de sterke en de kwetsbare kanten van zijn medewerkers kent en daar rekening mee houdt.

    • Wat kan ik doen om het werkvermogen van mijn medewerkers op peil te houden?

      Een goede start om te werken aan goede arbeidsomstandigheden vormt de risico-inventarisatie en -evaluatie . Daarmee brengt u risico’s op een systematische manier in kaart, zodat u deze gericht kunt oplossen.

      Daarnaast kunt u medewerkers bewust maken van deze risico’s en van de maatregelen die zij zelf kunnen treffen om deze te voorkomen. Denkt u hierbij aan een voorlichting over een gezonde manier van bewegen, waaronder tillen en bukken.

      Kijk ook eens in de arbocatalogus van uw sector. In de arbocatalogus staan afspraken over veilig en gezond werken. Deze zijn gemaakt door de werkgevers en werknemers in die sector. Een arbocatalogus is een praktische en toegankelijke handleiding. Centraal staan de middelen waarmee een bedrijf kan voldoen aan de wettelijke bepalingen voor veilig en gezond werken. Voor de agrarische en groene sectoren zijn twaalf arbocatalogi gemaakt: hoveniers, glastuinbouw, akkerbouw en vollegrondsteelt, fruitteelt, boomteelt, bloembollenteelt en -handel, varkenshouderij, pluimveehouderij, melkvee en graasdieren, paardenhouderij, bos en natuur en mechanisch loonwerk. Najaar 2009 komen ze op internet: www.agroarbo.nl

    • Wat kan ik nog meer doen?

      1. Motiveer! Creëer omstandigheden waardoor mensen gemotiveerd raken. De sleutel ligt in het begrip 'communicatie'.

      2. Stimuleer een gezonde leefstijl. Bijvoorbeeld door lunchwandelingen te stimuleren (zelf het goede voorbeeld geven), een tafeltennistafel in de kantine te plaatsen of bedrijfsfitness/sporttoernooien te organiseren. Denk ook aan het ondersteunen van stoppen-met-rokenprogramma’s en gezonde voeding in de bedrijfskantine. Ga met medewerkers in gesprek als u een ongezonde leefstijl signaleert.

      3. Zorg voor goede arbeidsomstandigheden. Kijk eens op www.agroarbo.nl, de online arbocatalogus voor de agrarische en groene sector.