Gedrag van paarden

Let op waarschuwingsgedrag

De lichaamstaal van een paard vertelt een hoop. Ongelukken kan je voorkomen door goed naar de houding en het gedrag van het paard te kijken.

Paarden communiceren met hun vijf zintuigen. Ze hebben een complexe manier van communiceren die vooral gebaseerd is op lichaamstaal, geur-, smaak- en tastzin, vocale signalen. Gedrag en houdingen spelen een ingewikkelde rol in de communicatie.

Het  orenspel

Aan de stand van de oren kun je zien in wat voor stemming het paard is. Heeft het paard zijn oren naar voren, dan is hij meestal in een goede bui en oplettend. Worden de oren iets naar achter gespitst, dan hoort het paard een geluid achter zich. Als de oren een beetje slap opzij en naar achter staan, is het paard een beetje doezelig. En wanneer de oren plat in de nek staan kun je maar beter oppassen; het paard is dan erg kwaad en neemt snel maatregelen wanneer iets hem niet bevalt.

 

Deze merrie staat te doezelen. Ze is helemaal ontspannen, dat kun je zien aan de ontspannen mond en neus.

De merrie wordt nu een beetje chagrijnig. De oren gaan naar achter, en de spieren rond de neus verstrakken.

Nu is de merrie echt kwaad! De oren liggen plat in de nek en de spieren rond de neus en mond zijn helemaal verstrakt. Ze kijkt kwaad, en zwaait ook kwaad met haar staart.

Voorzorgsmaatregelen

Bij het omgaan met en het verzorgen van het paard moeten voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. Men moet altijd goed opletten op de reactie van het paard hiermede voorkomt men onnodige ongelukken, zoals trappen en bijten. Elk tiende ongeluk in de ruitersport komt door trappen en bijten tijdens omgang en verzorging van paarden.

1. Benaderen van een paard

Paarden zijn schrikdieren, benadert men een paard dan spreekt men hem rustig en duidelijk aan; een paard herkent spoedig een stem. In principe een paard niet van achteren benaderen, hij kan u niet zien. Hij kan schrikken en verkeerd reageren wanneer u plotseling naast hem te voorschijn komt.

Kijk altijd naar de ogen en het orenspel, indien dreigend (oren naar achteren): wees attent.

2. Begeleiden van paarden

Goed begeleiden moet geleerd zijn! Wie zijn paard goed kent, kan met halster en halstertouw het paard begeleiden. Als vuistregel geldt: Aan de linkerzijde van het paard op schouderhoogte meelopen, met de rechterhand het paard leiden! Nooit voor het paard lopen en nooit het halstertouw om de hand wikkelen. Zeer gevaarlijk !!!

Vreemde paarden moet men in eerste instantie met een hoofdstel begeleiden, waarbij men het optomen door een ervaren ruiter moet laten doen. Een kettinkje of touw over de neus kan ook goed werken.

3. Verzorgen van paarden

Bij het verzorgen van een paard moet genoeg ruimte aanwezig zijn! Indien mogelijk niet in de box. In de buurt geen beweegbare zaken laten rondslingeren zoals bv. een poetsemmer. Bij het poetsen het paard altijd vastzetten met een veiligheidsknoop of paniekhaken. Voor het vastzetten altijd een goed passend halster en halstertouw gebruiken. Het paard alleen aan vastzittende ankers of palen vastzetten, nooit aan deuren of andere bewegende delen.

Bij het uitkrabben van de hoeven altijd naast het paard staan en het paardenbeen optillen. Indien mogelijk altijd voorlangs het paard lopen in ieder geval tegen het paard praten.

4. Het uit en in de box zetten

Als u een paard uit de box gaat halen, kijk dan of hij met zijn hoofd naar de deuropening staat, zo niet haal er dan een deskundige bij, die hem omdraait. Zo ja, boxdeur openen zorg dat hij rustig staat, gebruik je stem, klop hem op de hals en doe hem een halster om. Haal hem uit de box en zorg dat de deur helemaal open is en niet dicht kan gaan tijdens het paard uit de stal halen. (Deur anders borgen) draai het paard niet te kort om bij het eruit halen. Bij het naar binnen zetten in de box geldt: deur helemaal openen, (ongewild dichtgaan van de deur tijdens het in de box plaatsen voorkomen ), het paard in de box omdraaien, waardoor de achterbenen naar de wand wijzen, daarna het halster met beleid verwijderen, men kan dan zonder gevaar de box verlaten en sluiten.

5. Voorkom ongevallen door de juiste uitrusting te gebruiken

Een val van het paard zal niet altijd kunnen worden voorkomen. De gevolgen kunnen echter wel worden teruggebracht, wanneer men als ruiter de juiste uitrusting draagt en het paard op de juiste manier is opgetoomd.

Ongevallen aan het hoofd worden in veel gevallen voorkomen door het dragen van een veiligheidshoofddeksel (CE gekeurd). Bij springen en eventing kan een goed passende bodyprotector blessures aan de romp en onderrug van de ruiter voorkomen.

De uitrusting aan het paard moet in orde zijn en goed onderhouden. Versleten materiaal houdt een groter risico in.

6. Rijden van paarden

Bij het beleren van paarden dient men de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen. Beleer paarden in een goed afgeschermde ruimte. Binnenrijbaan longeercirkel e.d. zorg er voor dat er geen producten aanwezig zijn die tijdens het zadelmak maken niet noodzakelijk zijn. Laat paarden zadelmak maken door personen die daarmee ervaring hebben.

Beginnende ruiters alleen onder deskundige instructie laten paardrijden. Voor veilige rijbanen en accommodaties zie: de eisen in het praktisch handboek van de Stichting Veilig Paardrijden. Hierin worden eisen gesteld voor verenigingen, maneges, training/sportstallen en voor menners. U kunt ook contact opnemen met de Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra (FNRS), Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS), of de stichting Veilig Paardrijden (SVP).

Ruiters en koetsiers dienen er altijd voor te zorgen dat zij derden niet in gevaar brengen. (bijvoorbeeld: rijden in afgezette ruimte, afsluitbaar terrein, tijdens wedstrijden en op training/sportaccommodaties ruiters, koetsiers en paarden bij voorkeur scheiden van bezoekers, In het verkeer en bossen waarschuwen van personen met gebaren en stem indien nodig, duidelijk zichtbaar dragen van veiligheidskleuren langs wegen, goede verlichting en reflectoren volgens Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens e.d.)

Daarnaast dienen derden (klanten, bezoekers, jonge kinderen alleen onder toezicht van ouders en begeleiders, honden van bezoekers e.d.) op de accommodaties en het wedstrijdterrein op veilige afstand te blijven van ruiter en paard, koetsier en rijtuig. Door schrikreacties kunnen de dieren onverwachte bewegingen maken, die door de ruiters en koetsiers niet altijd zijn te voorkomen.

Meer informatie over veiligheid omgang paarden: Stichting Veilige Paardensport