Werken met de bosmaaier

Werken met de bosmaaier

Goedgekeurd door Sociale Partners

(inhoudelijk herzien per mei 2023)

Werken met een bosmaaier kan gevaarlijk zijn. Denk aan contact met draaiende delen en wegslingerend materiaal. Andere gevaren zijn: werken langs de weg, lawaai en trillingen, lichamelijke belasting, uitlaatgassen en blootstelling aan biologische stoffen en stof. Deze tekst gaat over de veiligheid,  de lichamelijke belasting en de trillingen.

 

Wat is de gewenste situatie?

De werkplek is veilig.

De bosmaaier wordt gebruikt en onderhouden volgens de gebruikshandleiding.

De medewerkers zijn opgeleid en geïnstrueerd.

De leiding houdt toezicht op de naleving van gemaakte afspraken.

Werken met de bosmaaier leidt niet tot gezondheidsklachten.

Maatregelen om lichamelijke klachten te voorkomen:

Overweeg een andere maaimethode. Bijvoorbeeld een bermenpalenmaaier, een vangrailmaaier of een radiografisch bestuurbare taludmaaier.

werken-met-de-bosmaaier bosmaaier-obstakelmaaier-clean-mower

Werk met een goed onderhouden machine, conform de gebruikshandleiding.

Stem de bosmaaier af op het werk: zorg dat het vermogen en gewicht niet te zwaar zijn of passen bij de specifieke werkzaamheden die gedaan moeten worden.

Gebruik maaigarnituur dat licht maait.

Voorzie bosmaaiers van een comfortabel en goed af te stellen draagstel.

Stem de duur van het werk af op de hoeveelheid trillingen. De blootstelling aan trillingen bepaald hoe lang er gewerkt mag worden. Voor sommige machines kunnen andere maxima gelden, zie toelichting). Medebepalend zijn de een juiste werktechniek, juiste instelling van het draagstel en scherp gereedschap (slagmes of zaagblad).

Zorg voor taakroulatie.

Maatregelen voor het verbeteren van de veiligheid:

Zorg dat medewerkers deskundig zijn en bekend met de gevaren.

Stem het maaigarnituur af op de terreinomstandigheden.

Zorg voor passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

Neem het werken met de bosmaaier op in de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E).

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Stel bij de aanschaf van een nieuwe bosmaaier hoge eisen aan:
    • ergonomie van het draagstel X TreeM
    • gewicht van de bosmaaier en het gewicht van het accupakket
      (Voorbeeld Stihl accu AR 1000 = 5,5 kg. AR 2000 = 7,8 kg. AR 3000 = 8,1 kg.)
      ◦ trillingsdemping
      ( Voorbeeld Stihl FS 360 C-EM met maaikop handgreep links 2,5 m/s2 en rechts 2,2 m/s2
      FS 490 C-EM met maaikop handgreep links en rechts 3,7m/s2 ).
  • Beoordeel de trillingsbelasting van de machines en stel vast hoe lang er maximaal per dag mee gewerkt mag worden. Bereken de trillingsbelasting via de website van Stihl. De aangegeven trillingsbelasting geldt voor normaal gebruik.
  • Beoordeel vooraf de gevaren van het werk en de omgeving waar het uitgevoerd moet worden. Wees alert op bijvoorbeeld stenen, ijzer en glas.
  • Denk ook aan grondnesten van bijvoorbeeld wespen en eikenprocessierupsen!
  • Spreek af dat men (o.a. bij het bijmaaien van bermpalen) niet meerijdt op een gevaarlijke plaats, zoals op de treeplanken van de bedrijfswagen of op de dissel van de aanhangwagen.
    Zorg voor een veilige sta-plaats.
  • Houd toezicht op werkafspraken en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Raadpleeg Werken langs de weg bij werkzaamheden langs de openbare weg.
  • Iedere werknemer die voor de eerste keer wordt belast met bosmaaiwerkzaamheden moet in de gelegenheid gesteld worden om vóór de aanvang van de werkzaamheden een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PMO) te ondergaan.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Zorg voor goed onderhouden bosmaaiers inclusief het maaigarnituur en vervang deze tijdig.
  • Laat bosmaaiers minimaal jaarlijks keuren.
  • Zorg dat het gereedschap geschikt is voor het werk. Stem het maaigarnituur (draadmaaier, slagmes of zaagblad) af op het materiaal dat gemaaid moet worden.
  • Voor maaiwerk in drukke gebieden is een bijvoorbeeld een speciale maaikop (roterende snijkop, rotorknipper of zig-zagmes) die het materiaal niet wegslingert. Er verschillende fabrikanten die dit product leveren. Bosmaaier
  • Gebruik voor licht werk een lichte machine. Steeds meer accubosmaaiers zijn geschikt voor professioneel werk.
  • Zorg voor veilig gereedschap: goed uitgebalanceerd, voldoende capaciteit, goed onderhouden en gekeurd,  scherpe en correct geslepen messen.
  • Stel de machine zo af dat het maaigarnituur stil staat bij stationair toerental.
  • Laat de motor niet onnodig stationair draaien. Dit veroorzaakt veel trillingen.
  • Stel de stuurboom of handgrepen in op de lichaamslengte van de persoon. Beide handen moeten zich even ver naast het lichaam bevinden en de armen moeten een hoek van circa 130 graden maken. Houding bosmaaien
  • Breng de positie van de aanpikhaak op de heup op de juiste hoogte aan. Dit is afhankelijk van de gewenste maaihoogte. De horizontale afstelling is afhankelijk van het gebruikte maai- of zaaggarnituur. Bij het maaien met een draadmaaier kan de draadkop beter iets voorover staan.
  • Zorg dat het maaigarnituur is voorzien van een passende beschermkap.
  • Zorg dat de maaikop uitgebalanceerd en schoon is.
  • Zorg voor periodiek onderhoud aan de trillingsdempende rubbers van de machine.
  • Zorg voor een ergonomisch en goed af te stellen draagstel.

Opleiding en instructie

  • Zorg dat betrokkenen aantoonbaar (intern) opgeleid zijn voor het werken met de bosmaaier, de betreffende maaigarnituren en het soort maaiwerk. Dit is vereist om verantwoord te kunnen werken.
  • Zorg dat medewerkers die bosmaaiwerkzaamheden langs de weg verrichten ook opgeleid zijn voor het werken langs de weg. (CAO art. 79 lid 3).
  • Instrueer medewerkers in een juiste montage van het snijgarnituur of aanbouw gereedschappen: staat en vastzitten en op tijd vervangen van zelfborgende moeren e.d.
  • Bij accu aangedreven machines accu verwijderen als je aan het snijgarnituur moet werken/onderhouden
  • In de instructie aan de medewerkers moeten minimaal de volgende onderwerpen aan bod komen:
    • Gevaren door het met hoge snelheid ronddraaiende snijgarnituur
      • Controleer de aanwezigheid van het mesje in de beschermkap bij maaien met een draad
      •  Loop bij het maaien van de randen van een grasveld altijd tegen de klok in. Dan komt het materiaal op het grasveld terecht en niet bij de weggebruiker (dit geldt niet bij het bijmaaien langs de snelweg), of kies een accu bosmaaier die beide kanten kan opdraaien, de draairichting van de trimmerkop kan dan worden gewijzigd (tweeweg rotatie).
Tweeweg rotatie

 

    • De werkplek
      • Het houden van afstand tot collega's, omstanders, verkeer, objecten en bebouwing. Binnen een straal van 15 meter mogen zich geen andere personen bevinden, zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals afscherming. 
      • Wat te doen bij:
        • Gladheid door regen, begroeiing en hellingen.
        • Mogelijke obstakels in het terrein, zoals boomstronken, boomwortels, kuilen en greppels
        • Aanwezigheid van (grond)nesten van wespen, eikenprocessierups, enz. en de daarbij behorende persoonlijke beschermingsmiddelen
    • Trillingen en lawaai
      • Trilt de bosmaaier meer dan normaal: controleer het maaigarnituur
      • Laat de bosmaaier niet onnodig stationair draaien: stop de machine 
    • Lichamelijke belasting 
      • Gebruik een draagstel dat comfortabel zit en goed is ingesteld (meer info). De druk moet over beide schouders evenredig verdeeld zijn. 
      • De balans van de bosmaaier. 
      • Houd de handvatten niet krampachtig vast. Anders worden er teveel trillingen aan het lichaam doorgegeven en dat stagneert de doorbloeding (witte vingers).
      • Werk met warme handen. Draag bij voorkeur leren handschoenen. 
      • Voorkom te ver vanuit de rug draaien. De maaibeweging mag niet groter zijn dan 1,5 meter.
      • Maak afspraken over werk- en rusttijden. Op tijd rustpauzes nemen is nodig om vermoeidheid en uitputting te voorkomen.
    • Storing en onderhoud
      • De werkwijze bij het optreden van storingen.
      • Wijze van onderhoud van het apparaat.
      • Wijze van controle van het apparaat. 
      • Controleer de bosmaaier bij storingen. Hef storingen pas op als de machine is uitgeschakeld (accu verwijderd) en volledig stilstaat en is uitgedraaid. 
      • Gebruik een gevaarlijke machine (kapotte bosmaaier, ontbrekende of onjuiste beschermkap) niet meer. Meld het aan de leidinggevende.
      • Bereikbaarheid bij storingen of calamiteiten en bij wie je die moet melden. 
    • Wanneer en welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden:
      • Veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond.
      • Soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
      • Een veiligheidsbril eventueel in combinatie met een gelaatscherm
      • Gehoorbescherming bij lawaaiige apparatuur (> 80 dB(A)) bij voorkeur otoplastieken.
      • Schone signaalkleding bij werken in openbare ruimte. 
      • Beenbescherming d.m.v. stevige werkkleding, een veiligheidsbroek of een bosmaaierbroek. 
      • Verder indien van toepassing:
        • Regenkleding die soepel zit
        • Stofmasker
        • Of andere specifieke middelen in bijzondere situaties
    • Wat te doen na afloop van het werk:
      • Maak de machine schoon en smeer door zoals afgesproken.
      • Controleer op schade, slijtage, of ontbrekende of loszittende onderdelen. 
      • Informeer jouw leidinggevende over de defecten.
    • Tot slot:
      • Check of men de instructie begrepen heeft. 
      • Zorg dat de gebruikershandleiding altijd beschikbaar is.
      • Geef aanvullende instructie als het werk afwijkt van de standaardwerkzaamheden met de bosmaaier. 
      • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen die in het bedrijf of in de sector bij het werken met bosmaaiers hebben plaatsgevonden. 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen waar goed mee gewerkt kan worden en maak afspraken over verplicht gebruik van:
    • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond
    • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
    • een veiligheidsbril in combinatie met een gelaatsscherm
      een gelaatsscherm is niet voldoende om de ogen te beschermen! Gelaatsscherm met veiligheidsbril
    • gehoorbescherming bij voorkeur otoplastieken 
    • signaalkleding als je gezien moet worden
    • beenbescherming d.m.v. stevige werkkleding, een veiligheidsbroek of een bosmaaierbroek.
  • Zorg indien van toepassing voor:
    • regenkleding, die soepel zit
    • stofmasker
    • redvest
    • of andere specifieke middelen in bijzondere situaties.

Bijzondere risicogroepen

  • Weet wie een allergie heeft voor wespensteken. Laat personen die een epi-pen bij zich hebben dit bij de leidinggevende en BHV 'er melden.
  • Geef anderstaligen in een voor hen begrijpelijke taal voorlichting en instructie.
    Maak hierbij gebruik van de bijlage instructie en de gebruikshandleiding van de bosmaaier. Neem hierbij ook de eventuele bijkomende risico's mee zoals het werken langs de weg.
  • Laat kinderen (jonger dan 16 jaar) en zwangeren geen werkzaamheden met een bosmaaier uitvoeren.
    Afhankelijk van de bosmaaier, motor of accutechniek mogen:
  • Jeugdigen (16 en 17 jarigen) niet met een bosmaaier werken waarbij de blootstelling aan een hoog geluidsniveau optreedt (equivalent geluidsniveau van 85 dB(A) of hoger of de piekgeluidsdruk 140 ab(A) of hoger).
  • Jeugdigen (16 en 17 jarigen) niet blootgesteld worden aan schadelijke trillingen.

Checklist