Gladheidsbestrijding

Gladheidsbestrijding

Goedgekeurd door Sociale Partners
Getoetst door Inspectie SZW

Tijdens het uitvoeren van gladheidbestrijding met bedrijfsauto’s, trekkers en andere zelfrijdende machines kunnen zich verschillende gevaren voordoen, zoals gladde wegen, zachte bermen, slecht zicht, lage bruggen en viaducten, onverwachte reacties van verkeer, enz. Bovendien kan het voorkomen dat gladheid onverwacht optreed, waardoor medewerkers het werk beginnen, terwijl men onvoldoende (nacht)rust heeft gehad.

Wat is de gewenste situatie?

Gladheidbestrijding wordt veilig en door opgeleide medewerkers uitgevoerd.

Maatregelen

Overleg met de wegbeheerder over de gevaren van een nieuw traject

Maak afspraken over de te nemen maatregelen en zorg dat men zich daaraan houdt

Zet medewerkers in die voldoende rust hebben gehad.

Zorg dat de medewerkers een specifieke opleiding gladheidbestrijding hebben gehad.

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Inventariseer vooraf de specifieke gevaren van de werkzaamheden bij de verschillende vormen van gladheid. Betrek daarbij de wegbeheerder / andere betrokken partijen.
  • Zorg dat vooraf het traject bekend is bij degene die de route moeten rijden. Als het een nieuw traject is, rijdt de route met daglicht (zonder te strooien), zodat men niet voor verrassingen (bijv. te laag viaduct, te smalle weg, hellingen) komt te staan tijdens een gladheidsbestrijding.
  • Voorkom het rijden op een gladde weg, start tijdig en strooi preventief. Houd rekening met de lengte van de strooiroute.
  • Zorg dat er medewerkers beschikbaar zijn die voldoende rust hebben gehad. Maak afspraken over werk- en rusttijden.
  • Informeer medewerkers tijdig als er mogelijk 's avonds of 's nachts gestrooid moet worden, zodat zij geen alcohol gebruiken.
  • Bespreek de werkwijze bij het optreden van storingen, strooien van kruispunten en andere bijzondere omstandigheden.
  • Zorg voor communicatiemiddelen (mobiele telefoon).

Gereedschap, machines en apparaten

  • Zorg voor goed onderhouden machines en apparatuur, voorzien van geschikte cabineverwarming.
  • Zet machines in die geschikt zijn voor de specifieke taak (gewicht, breedte, snelheid, hoeveelheid sneeuw, enz.)
  • Denk ook aan het gebruik van anti-slipbanden of winterbanden op de bedrijfsauto die ingezet wordt. Bij veel sneeuw kunnen sneeuwkettingen een oplossing bieden.
  • Zorg voor veilig en ergonomisch koppelingen als machines of hulpstukken kort voor aanvang gekoppeld moeten worden.
  • Stel de spiegels goed af en maak ze schoon
  • Werk met schone ramen zonder scheuren, sterren of strepen.
  • Zorg dat de verlichting is aangepast op de werkzaamheden.
  • Zorg dat gevaarlijke delen zijn afgeschermd.
  • Maak gebruik van een camera met monitor als het zicht naar achter beperkt is.
  • Na afloop van het werk:
    • Maak de machine en apparatuur schoon.
    • Controleer op schade, slijtage, scheuren in lassen of ontbrekende onderdelen.
    • Informeer de leidinggevende over de defecten.
    • Repareer defecten zo spoedig mogelijk.

Opleiding en instructie

  • Zorg dat betrokkenen aantoonbaar over voldoende kennis en kunde beschikken over de verschillende vormen van gladheid (sneeuw, ijzel, aan- of opvriezend vocht, e.d.) en de bestrijding daarvan.
  • Laat gladheidbestrijders een speciale opleidingen volgen (bijv. winterdiensttraining Cumela).
  • Geef een specifieke instructie over het werken met de machine en de te rijden strooiroute.
  • Bereid betrokkenen voor op mogelijk agressief gedrag van weggebruikers.
  • Maak overdag een proefrit bij een nieuwe route.
  • Het deelnemen aan voorlichting en instructie is voor de medewerkers verplicht.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Stel signaalkleding voor winterse omstandigheden beschikbaar.
  • Gebruik bij zeer lage temperaturen thermokleding en thermoschoeisel.
  • Instrueer betrokkenen over het gebruik en onderhoud van de persoonlijke beschermingsmiddelen.

Wat u ook nog moet weten:

  • Door sneeuw, regen en ijzel kunnen bermen veel zachter zijn dan normaal. Daardoor kan de machine gemakkelijk vast raken of in het water terecht komen.
  • Na of tijdens een strenge vorst periode kan het water nog niet in de grond zakken en zal de berm bijzonder glad zijn.
  • Tijdens het preventief strooien kan het voorkomen dat de temperatuur sneller daalt dan verwacht, waardoor de weg glad kan worden. Dit is gevaarlijk voor de strooivoertuigen en de weggebruikers. Vooral bij hellingen kan dit tot gevaarlijk situaties leiden.
  • Bij ijzel kunnen boomtakken naar beneden doorbuigen, waardoor aanrijdinggevaar bestaat.

Meer informatie