Werken op of aan het water

Werken op of aan het water

Goedgekeurd door Sociale Partners
Getoetst door Inspectie SZW

Worden de werkzaamheden vanaf de wal of slootkant uitgevoerd, dan heb je te maken met een talud en natte of zachte bodems. Het gevaar van uitglijden is groot. Ook als je werkt vanaf een boot of ponton, kun je eenvoudig wegglijden, omdat deze nat en modderig worden, of door schommelingen van boot of ponton.

Naast het risico om in het water terecht te komen is er het risico om bij vallen terecht te komen op objecten, die zich in het water bevinden.

Te water raken kan ook gebeuren door het kantelen van de machine. Hierdoor kan je bekneld raken.

Wat is de gewenste situatie?

Het werken op en langs het water vindt veilig plaats.

Maatregelen

Inventariseer de risico's (ponton, walkant, watercondities) en stel de te nemen veiligheidsmaatregelen vooraf vast.

Zorg voor veilige machines en materialen, die geschikt zijn voor het werk.

Stel de machines op een ponton vlak en stabiel op en geborgd of met een afrijdbeveiliging.

Zorg voor een lifehammer in de cabine

Zorg voor een veilige toegang tot het ponton.

Gebruik een procedure om in geval van man over boord de drenkeling zo spoedig mogelijk uit het water te krijgen. (gebruik de bijlage of maak zelf een procedure)

Zorg voor de benodigde reddingsmiddelen.

Help positie
Figuur 1

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Beoordeel vooraf de bodemgesteldheid, zoals de schuinte en de draagkracht van de ondergrond waarover de machine moet rijden, stromingen, diepte en golfslag in het water, conditie van het water (verontreinigingen, ziektes), conditie grond in verband met weersomstandigheden (bijv. waterpeil), aanwezige objecten in het water, verkeerssituatie als langs de weg wordt gewerkt e.d.
  • Probeer te voorkomen dat medewerkers alleen op of nabij het water werken.
  • Maak eventueel aanvullende afspraken met de opdrachtgever, bijvoorbeeld over het verstevigen van taluds, aanbrengen van rijplaten, aanbrengen van wegafzettingen e.d.
    Bepaal op basis hiervan de meest veilige werkwijze en stel vast welke materialen / maatregelen hiervoor nodig zijn.
  • Zorg dat alle materialen tijdig aanwezig zijn.
  • Werk met pontons die voorzien zijn van schopranden. Zorg voor een overzichtelijke opslag van materialen en machines op het ponton (geen losse kabels, leidingen, materialen bij elkaar op daarvoor gereserveerde plaatsen, die geen risico's opleveren tijdens het werk e.d.)
  • Houdt bij het werken met elektrische gereedschappen, elektraleidingen e.d. rekening met mogelijke gevaren voor elektrocutie bij in aanraking komen met water.
  • Houd bij de planning rekening met de weersverwachtingen.
  • Plaats borden t.b.v. de scheepvaart als sprake is van werken op plaatsen met scheepvaart (aanduiding vernauwing vaarwater, behoedzaam varen, snelheidsbeperking).
  • Tref eveneens maatregelen voor verkeer, als tussen walkant en verkeersweg wordt gewerkt (waarschuwingsborden, afzetting e.d.). Zorg voor voldoende bewegingsruimte voor de machine, zodat deze niet genoodzaakt is te dicht langs de walkant te werken.
  • Besteed aandacht aan de toegang tot de ponton. Als er een loopplank / brug nodig is zorg dan voor voldoende breedte, een vlakke, stroeve vloer, eventueel met anti-slipprofiel, verlichting als in donker of schemer wordt gewerkt.
  • Check bij het werken op een ponton of er een plek is waar mensen gemakkelijk aan wal kunnen komen als zij in het water belanden (en in het water kunnen gaan voor redding). Zorg voor een tijdelijke voorziening als een trap als er de mogelijkheden zeer beperkt zijn. Een reddingsboei dient in ieder geval altijd beschikbaar te zijn.
  • Ga bij machines na of de cabine goed te verlaten is bij het te water raken (geen automatische vergrendelingen, aanwezigheid lifehammer e.d.) en pas eventueel voorzieningen aan. Maak afspraken over het gebruik van veiligheidsgordels.
  • Laat bij voorkeur medewerkers op of nabij het water werken die kunnen zwemmen.
  • Zorg dat er droge kleding beschikbaar is op een werk waar een reële kans bestaat om nat te worden.
  • Zorg voor een isolatiedeken in de EHBO-koffer voor gebruik bij onderkoeling.

Gereedschap, machines en apparaten

Maak gebruik van elektrische handgereedschappen 230V die dubbel geïsoleerd zijn
(merkteken dubbel geisoleerd ). Dit gereedschap is voorzien van een aangegoten stekker (en na reparatie moet dat minimaal een IP 44 stekker zijn).

Bij het werken vanaf een ponton:

  • Zorg dat de machine goed vast c.q. geborgd staat op het ponton, of zorg voor een afrijdbeveiliging.
  • Zorg dat de grootte van de machine (inclusief de lasten / bewegingen die de machine moet maken) en het ponton op elkaar afgestemd zijn.
  • Zorg voor voldoende spiegels e.d. zodat de machinist de situatie op het ponton en andere zaken die van belang zijn in de omgeving in de gaten kan houden.

Bij het werken vanaf de wal:

  • Zorg ervoor dat de machine vlak staat, gebruik eventueel draglineschotten om de machine vlak en stabiel te zetten.
  • Draai met de kant van de deur van de cabine weg van het water bij het zwenken, zodat de machinist de cabine kan verlaten bij een te water geraakte machine.
  • Zorg voor voldoende spiegels e.d. zodat de machinist goed om de machine heen kan kijken.

Opleiding en instructie

  • Informeer medewerkers voorafgaand aan het werk over de mogelijke risico's en de maatregelen, die in acht genomen moeten worden. Sta ook stil bij sommige weersomstandigheden, die extra gevaren geven als men zich bij of op het water bevindt (zoals harde wind, onweer)
  • Geef medewerkers duidelijke instructies wat te doen als collega's te water raken en als zij zelf te water raken. Deel de procedure 'man over boord' uit.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Controleer de reddingsvesten regelmatig op drijfvermogen en slijtage aan sluitingen.
  • Maak een goede afweging welke reddingsvesten het meest geschikt zijn. Het hoofd van een drenkeling moet boven water blijven, ook als iemand bewusteloos is. Voorzie medewerkers aan dek van een zwemvest-of reddingsvest.
  • Zorg dat medewerkers bij duisternis een reddingsvest dragen dat voorzien is van een lampje.
  • Laat medewerkers ook veiligheidsschoenen dragen met profiel om uitglijden door water, modder e.d. te voorkomen.

Zwemvest gebruiken

Wat u verder moet weten

De grootste gevaren om te verdrinken bij het te water raken zijn:

  • Het onderkoeld raken. Dit risico bestaat niet alleen in de winterperiode. Ook water van 20ºC kan als iemand daar langere tijd in ligt al tot onderkoeling leiden.
  • Desoriëntatie: De schrikreactie en hierdoor niet in staat zijn te reageren (shock).
  • Onder invloed van drank, drugs of medicijnen zijn.
  • Letsel door het raken van obstakels tijdens een val.
  • Onvoldoende beheersing van de zwemkunst en zwemmerskramp. Het afleggen van een zwemexamen gekleed zwemmen in een zwembad van 25ºC is iets heel anders dan in een IJsselmeer met water van 10ºC met golfslag en met winterkleding en zware laarzen.
Watertemperatuur Overlevingstijd
0°C 9 minuten
5°C 1 uur
10°C 2 uur
15°C 7 uur
20°C 16 uur