Elektriciteit

Elektriciteit

Goedgekeurd door Sociale Partners
Getoetst door Inspectie SZW

Natte en ruwe omstandigheden kunnen de veiligheid bij het gebruik van elektriciteit nadelig beïnvloeden. Om de veiligheid zoveel mogelijk te waarborgen, moet het elektra aan de regels voldoen en door vakmensen worden ontworpen, geïnstalleerd, onderhouden en regelmatig gecontroleerd. Het belangrijkste gevaar van elektriciteit is elektrocutie. Daarnaast zijn er onverwachte gevaren zoals struikelen (over kabels) of stoten.

Er zijn maatregelen voor installatierisico's en maatregelen voor werkrisico's. Het werkrisico is meestal veel groter dan het installatierisico: verreweg de meeste ongevallen vinden plaats tijdens werkzaamheden aan elektrische installaties.

Wat is de gewenste situatie?

De werkgever voldoet aan de volgende NEN-normen:
NEN 1010: Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. In deze norm is vastgelegd aan welke eisen de installatie moet voldoen op het moment van aanleg.

NEN-EN 50110-1: Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Algemene bepalingen.

NEN 3140: Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Aanvullende Nederlandse bepalingen voor laagspanningsinstallaties.

Maatregelen

Laat elektrische installaties door deskundigen aanleggen, onderhouden en inspecteren.

Laat een inspectieplan opstellen.

Laat elektrische gereedschappen en arbeidsmiddelen periodiek keuren conform de NEN 3140.

Test een aardlekschakelaar met een testknop.

Steek geen verlengkabels in elkaar.

Nooit doen: de aardlekschakelaar herhaaldelijk inschakelen, het constant vervangen of toepassen van zwaardere zekeringen.

Rol verlenghaspels altijd volledig uit.

Zorg voor goed afgesloten lasdozen.

Vermijd overbelasting van de eindgroep door de zekeringswaardes niet te overschrijden.

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Laat eenvoudige elektrotechnische werkzaamheden door een voldoende onderrichte persoon verrichten. De overige door een vakbekwaam persoon. Het geheel gebeurt onder verantwoordelijkheid van een installatieverantwoordelijke, die hiervoor door zijn werkgever formeel is aangewezen.
  • Zorg dat er schema's zijn van de elektrische voorzieningen.
  • Ingaande stroom moet net zo groot zijn als uitgaande. Als dit niet zo is, is er sprake van lekstroom (via aarde) en moet de aardlekschakelaar het systeem beveiligen, dus uitschakelen.
  • Let bij de toepassing van bovengrondse kabels op het volgende: Plaats de kabels zo dat zij niet kunnen worden beschadigd door verkeer, opslag van materiaal en materieel en werkzaamheden.
  • Bij toepassing op hoogte: voorkom doorhangen door de afstand tussen de ophangbeugels of montagebandjes niet te groot te maken.
  • Pas alleen kabeltype HO 7 RN-F of een gelijkwaardige kabel toe (door KEMA goedgekeurd).
  • Verlengkabels van vinyl zijn niet toegestaan.
  • Laat een inspectieplan opstellen. Elke inspectie is maatwerk. Er zijn ook installaties waaraan bijzondere eisen worden gesteld en waar andere normen of richtlijnen van toepassing zijn. Bepalend hiervoor zijn de omvang van de installatie, het gebruik, de leeftijd van de installatie en de omgeving. Elektrische installaties moeten afhankelijk van het gebruik en de soort omgeving regelmatig gekeurd worden (ongeveer 1 keer per 5 jaar). Elektrische handgereedschappen moeten jaarlijks worden gekeurd.
  • Reageer adequaat op resultaten van de inspectie. Elektriciteit
  • Steek geen verlengkabels in elkaar.
  • Test een aardlekschakelaar met een testknop.
  • Nooit doen: de aardlekschakelaar herhaaldelijk inschakelen, het constant vervangen of toepassen van zwaardere zekeringen. Bovenstaande storingen kunnen door visuele inspectie aan het licht komen en voorkomen worden.
  • Zorg voor bijgewerkte tekeningen van de elektrische installatie.
  • Rol verlenghaspels altijd volledig uit.
  • Zorg voor goed afgesloten lasdozen.
  • Vermijd overbelasting van de eindgroep door de zekeringswaardes niet te overschrijden.

Wat u verder nog moet weten

Elektrische risico's worden verdeeld in drie typen:

  • Letsel of dood als gevolg van stroom door het lichaam.
  • Vlambogen en brand door kortsluiting.
  • Brand door overbelasting.

De gevaren van elektriciteit zijn:

  • Elektrocutie. Dit gebeurt door het aanraken van onder spanning staande delen, het niet goed (meer) functioneren van de isolatie van kabels, kasten of gereedschappen, het niet goed werken of onjuist gebruik van beveiligingen als aardleiding en aardlekschakelaars.
  • Brandgevaar, bijvoorbeeld door overbelasting van kabels of motoren.
  • Onverwachte gevaren zoals: struikelen (over kabels) en stoten.