Algemene toelichting veiligheidsinstructies

Voor een aantal eenvoudige handelingen met gewasbeschermingsmiddelen is het niet noodzakelijk om te beschikken over bewijs van vakbekwaamheid (spuitlicentie), maar kan worden volstaan met een erkende¹ veiligheidsinstructie aan de betrokken medewerkers.

Bij welke handelingen kan worden volstaan met een veiligheidsinstructie?

Op dit moment kan bij de volgende handelingen worden volstaan met een veiligheidsinstructie:

  • Het bedienen van een volledig gesloten zaadcoatingsmachine;
  • Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in laboratoria voor plantaardigeweefselkweek in vitro om levensprocessen van planten te beïnvloeden;
  • Het bestrijden van aardappelopslag met glyfosaat met behulp van handapparatuur*;
  • Het doden van ongewenste planten met handapparatuur gevuld met glyfosaat bij de selectie van bolgewassen en andere planten (ziekzoeken)*;
  • Pleksgewijze onkruidbestrijding met handapparatuur gevuld met glyfosaat in gewassen en natuurgebieden*;
  • Pleksgewijze onkruidbestrijding met handbediende slangen voorzien van spuitdop en afschermkap verbonden aan een trekker met spuittank gevuld met gyfosaat in gewassen*;
  • Stobbebehandeling met handapparatuur gevuld met glyfosaat in gewassen en natuurgebieden*;
  • Toepassing van bewortelingspoeders op basis van indolylboterzuur;
  • Uithangen van dispensers met middelen op basis van feromonen voor feromoonverwarring in fruitteeltgewassen;
  • Insmeren van stammen met middelen op basis van kwartszand voor wildafweer in fruitteeltgewassen;
  • Het vullen van bewaarbakken van snijbloemen met een gebruiksklare oplossing van houdbaarheidsmiddelen met uitzondering van middelen met een gevaarsymbool Xn schadelijk*;
  • het poten van aardappels met een trekker en aardappelpootmachine waarbij via poederdosseer-apparatuur middelen op basis van pencycuron worden toegediend tegen Rhizoctonia*;
  • het bedienen van een machine voor fytodrip in uitgangsmateriaal*.* de apparatuur die gebruikt wordt, moet worden gevuld door iemand die in het bezit is van een geldig bewijs van vakbekwaamheid uitvoeren of Bedrijfsvoeren Gewasbescherming.

Wie mag de instructie geven?

Deze instructie moet worden gegeven door iemand die zelf wel een bewijs van vakbekaamheid 'Uitvoeren' of 'Bedrijfsvoeren Gewasbescherming' heeft.

Wat moet in een instructie aan de orde komen?

In een instructie moeten minimaal de volgende onderwerpen aan de orde komen:

  • Hoe de apparatuur moet worden bediend, zodat blootstelling aan de middelen zoveel als mogelijk wordt voorkomen.
  • welke gevaren en risico’s er zijn voor mensen (waaronder de gebruiker), dieren, andere planten en het milieu bij het gebruik van het middel;
  • hoe je kunt zien dat iemand mogelijk vergiftigd is en wat je in dat geval wel en niet moet doen;
  • welke handelingen er wel en niet door de medewerkers verricht mogen worden en hoe veilig gewerkt kan worden;
  • welke persoonlijke beschermingsmiddelen mensen moeten gebruiken en bij welke handelingen / in welke situaties;
  • hoe restanten van het middel en de aangebroken verpakkingen moeten worden opgeruimd;
  • welke maatregelen er genomen moet worden om blootstelling aan de stof te voorkomen, bijvoorbeeld als er sprake is van storingen, als per ongeluk wordt gemorst, er sprake is van lekkage, verspilling of als er sprake is van andere 'ongelukjes' / onvoorziene gebeurtenissen.

Hoe geef ik de instructie?

  • Laat de instructie geven door iemand die serieus genomen wordt door de medewerkers en die het verhaal goed over kan brengen.
  • Geef de instructie bij voorkeur op de werkplek zelf of bij de machine, zodat je direct kunt laten zien wat de medewerker moet doen.
  • Neem voldoende tijd voor de instructie, zodat alle onderwerpen voldoende tot hun recht komen.
  • Stem de grootte van de groep af op het onderwerp en de omgeving waarin de instructie wordt gegeven. Iedereen moet het goed kunnen horen en er moet voldoende gelegenheid zijn voor het stellen van vragen. Richtlijn:
    • maximaal 10 mensen bij een instructie op de werkplek zelf;
    • maximaal 15 mensen bij een instructie in een aparte ruimte.
  • Leg duidelijk uit wat wel mag, maar ook wat niet mag.
  • Check of de medewerkers de instructie hebben begrepen.
  • Check tijdens de werkzaamheden zo nu en dan of de medewerkers volgens de instructie werken.
  • Herhaal de instructie als de (werk)omstandigheden wijzigen of als gebruik gemaakt gaat worden van andere, nieuwe of aangepaste machines/apparatuur.

Bewijs van vakbekwaamheid en geldigheid van de instructie

  • De werkgever of de opdrachtgever van de werkzaamheden moet de medewerkers die de instructie volgen een presentielijst of een deelnameformulier laten tekenen als bewijs dat zij de instructie hebben gevolgd.
  • De presentielijst of het deelnameformulier geldt voor de specifieke werkzaamheid als bewijs van vakbekwaamheid.
  • Op de presentielijst of het deelnameformulier moet duidelijk staan over welke handeling(en) instructie is gegeven.
  • Geef de medewerkers een kopie van de presentielijst of het deelnameformulier, zodat zij eventueel kunnen aantonen dat ze de instructie hebben gevolgd.
  • De instructie is maximaal 5 jaar geldig. Zolang moet de werkgever het origineel van de presentielijst en/of de deelnameformulieren bewaren.

Veiligheidsinstructies

Bij onderstaande erkende veiligheidsinstructies zijn een powerpoint presentatie, een deelnameformulier per werknemer en/of een presentielijst voor een groep beschikbaar

¹ De veiligheidsinstructie moet erkend erkend zijn door het Bureau Erkenningen. Bovengenoemde veiligheidsinstructies zijn door het Bureau Erkenningen erkend.