Uitrustingsstukken Graafmachine

Uitrustingsstukken Graafmachine

Goedgekeurd door Sociale Partners

Aan het snelwisselsysteem van de mobiele- / rupskraan (lees graafmachine) kunnen diverse uitrustingsstukken* gekoppeld worden waardoor de graafmachine voor andere werkzaamheden kan worden ingezet. Hierdoor ontstaan nieuwe risico’s.  Bijvoorbeeld het onbedoeld los komen van het uitrustingsstuk of het vallen van materialen. Zo kan bijvoorbeeld bij het gebruik van palletvorken in combinatie met een draaikantelstuk risico’s met zich meebrengen. Ook het werken onder een trilblok levert risico’s op. Zo kan onbedoeld het uitrustingsstuk los komen waardoor een grondwerker geraakt zou kunnen worden.

*Sloten- / graafbak, dieplepel, kleibak /kettingbak , kantelbak, puinbak/puinriek/sloop puinbak, profielbak, palletvorken, hijsjib, trilblok,  sorteergrijper, vergruizer, kantelstuk, grijper met zaag, vacuüm heffer, etc.

Wat is de gewenste situatie?

Er wordt alleen gewerkt met veilige en CE gemarkeerde uitrustingsstukken.

De graafmachine wordt gebruikt zoals beschreven in de gebruikershandleiding van de machine.

Maatregelen

De medewerker moet opgeleid of geïnstrueerd zijn voor de uit te voeren taken.

De graafmachine moet jaarlijks in combinatie met de uitrustingsstukken gekeurd worden.

Gebruik een uitrustingsstuk alleen op een graafmachine met het bijpassende eigen gewicht.

Er worden alleen uitrustingsstukken gebruikt die in overeenstemming zijn met de voorschriften van de machine.

De aansturing van het snelwisselsystyeem moet beveiligd zijn tegen onbedoeld bedienen (bijvoorbeeld tweehandenbediening).

Checklist

Toelichting op de maatregelen

organisatie en voorbereiding

  • Zorg voor een conformiteitsverklaring (verklaring van overeenstemming) op de combinatie van graafmachine en het betreffende uitrustingsstuk.
  • Zorg voor een formulier met foto's of pictogrammen van uitrustingsstukken die wel aan betreffende graafmachine en snelwissel gekoppeld mogen worden en evt. welke niet. Zet bijvoorbeeld bij de werkbak een rood kruis door de foto op het formulier.

    Bewaar dit formulier bijvoorbeeld bij het kraanboek.
  • Zorg dat een machinist niet meer uitrustingsstukken meeneemt naar de werklocatie dan nodig.
    Onnodige uitrustingsstukken, die in het werkgebied worden gelegd, kunnen door hun aanwezigheid een risico opleveren. Dit is niet van toepassing als deze op een bakkenwagen blijven liggen.
  • Zorg voor een bakkenwagen en zeker materialen om de graafbakken te vervoeren.
  • Geef voorlichting over het veilig omgaan met uitrustingstukken op de werklocatie. Deze voorlichting bevat :
    -Op een veilige plaats neerleggen (dus niet op onstabiele ondergrond, op de rand van het talud of een put);
    -Een veilig transport.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Zorg voor een periodiek (minimaal jaarlijks) onderhoud, uitgevoerd door een deskundige, van de veiligheidsinrichtingen en uitrustingen van de graafmachine.
  • De adapterplaat moet in overeenstemming zijn met het uitrustingsstuk.
  • Gebruik kogelkranen om de hydrauliektoevoer af te sluiten. Wees alert dat door het gebruik van kogelkranen er alsnog hydrauliekolieflow kan ontstaan waardoor de spie van het snelwisselsysteem onbedoeld langzaam geopend kan worden. Laat de medewerkers de werking dagelijks voor aanvang van de werkzaamheden controleren.
  • Sluit de hydrauliekaansluiting van het snelwisselsysteem niet aan op het ventielenblok (vertakken). Monteer de hydrauliekslangen ten behoeve van het snelwisselsysteem direct op de daarvoor bestemde en geschikte aansluiting.

    Voorbeeld van een juiste aansluiting. bron Verachtert
  • Laat medewerkers een "afduwer / geleider" gebruiken bij het begeleiden van palen die door middel van een trilblok gezet moeten worden.
  • Maak gebruik van een kopplaat met bakoren wanneer er met een trilblok aan het snelwisselsysteem gewerkt wordt. Dit als aanvulling op de pen- en busverbindingen die onbedoeld los komen moet voorkomen.
  • Plaats afdek- /beschermkapjes voor de snelkoppelingen aan het einde van de giek, dit om vervuiling van het hydraulisch systeem van de graafmachine te voorkomen.
  • Laat medewerkers een grijper niet voor zware hijswerkzaamheden gebruiken en ook niet voor hijswerkzaamheden met hijsbanden of kettingen. Gebruik hiervoor de hijshaak op de machinekoppeling.
  • De tiltrotator mag niet worden gebruikt voor werkzaamheden waarvoor een groot koppel vereist is, zoals het graven van kabelsleuven of het werken met een ripper.
  • Zorg dat medewerkers weten dat de maximale hef/hijscapaciteit van de machine niet overschreden mag worden. Het is belangrijk dat het gewicht van de tiltrotator wordt afgetrokken van de maximale hef/hijscapaciteit.
  • Maak geen gebruik van niet originele (in eigen beheer gemaakte) verlenggieken, deze zijn niet in overeenstemming met de CE-markering van de graafmachine.
  • Laat medewerkers graafbakken altijd gezekerd op een bakkenwagen vervoeren.
  • Verbied het vervoeren van bakken hangend aan het mes van de bak.
  • Kies bij voorkeur voor bakoren waarbij het uitrustingsstuk, bij onbedoeld loskomen, niet valt maar aan de oren blijft hangen:  

     Bakoren filmpje

     Hameroren  filmpje

    Bij hameroren zal het uitrustingsstuk uit het snelwisselsysteem vallen, bij onbedoeld loskomen en niet blijven hangen.

Opleiding en instructie

  • Zorg dat de machinist een aantoonbare instructie heeft gehad over het werken met uitrustingsstukken van de graafmachine. Maak hierbij gebruik van de gebruikshandleidingen.
  • Laat de machinist voor aanvang van de werkzaamheden een visuele controle
    (haarscheurtjes in hydrauliekslangen, olielekkages en beschadigingen) en controles op de werking van veiligheidsuitrustingen uitvoeren.
    Bijvoorbeeld de controle van de afschermkap van de hydromotor:

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Draag in de nabijheid van de graafmachine, onafhankelijk van het uitrustingsstuk, een veiligheidshelm, veiligheidsschoenen en signaalkleding.
  • Bij schadelijk geluid ( > 80 dB(A) gehoorbescherming.

Bijzondere categorieën (Jeugdigen, ouderen, anderstaligen, zwangeren, medewerkers met een beperking of gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid )

  • Voor kinderen (jonger dan 16 jaar) is het verboden om in de nabijheid van een graafmachine te werken.
  • Laat jeugdigen ( 16 en 17 jaar) alleen in de nabijheid van graafmachines werken indien er deskundig toezicht aanwezig is.
  • Een 16 en 17 jarige mag een graafmachine bedienen onder deskundig toezicht en met een specifieke opleiding tot graafmachinemachinist. Bij risicovolle werkzaamheden zal vooraf eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige machinist de werkzaamheden mag uitvoeren. Zie ook JONGEREN.
  • Zorg voor instructies in een begrijpelijke taal van de aanwezige anderstaligen op de werklocatie.
  • Houdt rekening met medewerkers met een beperking of die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn. Maak vooraf afspraken welke werkzaamheden wel en niet mogelijk zijn.