Werken met de Bosmaaier

Werken met de Bosmaaier

Werken met een bosmaaier kan gevaarlijk zijn. Denk aan contact met draaiende delen en wegslingerend materiaal. Andere gevaren zijn: lawaai en trillingen, lichamelijke belasting, uitlaatgassen en blootstelling aan biologische stoffen en stof. Deze Arbocatalogus gaat over de veiligheid,  de lichamelijke belasting en de trillingen.

 

Wat is de gewenste situatie?

De werkplek is zo veilig en gezond mogelijk.

De bosmaaier wordt conform de gebruikshandleiding gebruikt en onderhouden.

De medewerkers zijn voldoende opgeleid en geïnstrueerd.

De leiding houdt toezicht op de naleving van gemaakte afspraken.

Werken met de bosmaaier leidt niet tot gezondheidsklachten.

Maatregelen

Overweeg een alternatieve maaimethode.

Werk met een goed onderhouden machine, conform de gebruikshandleiding.

Stem de bosmaaier af op het werk: zorg dat het vermogen en gewicht niet te zwaar zijn of passen bij de specifieke werkzaamheden die gedaan moeten worden.

Voorzie de bosmaaier van een maaigarnituur dat licht maait.

Voorzie bosmaaiers van een comfortabel en goed af te stellen draagstel om klachten door de lichamelijke belasting te voorkomen.

Werk niet meer dan vier uur per dag of drie dagen per week met de bosmaaier. (Voor sommige machines kunnen andere maxima gelden, zie toelichting). Zorg voor taakroulatie.

Zorg dat medewerkers deskundig zijn en bekend met de gevaren.

Zorg voor passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

Neem het werken met de bosmaaier op in de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E).

Links op de foto en de tekening rechts zijn de juiste manier van instellen van het draagstel.

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Overweeg een alternatief voor de inzet van handgereedschap, bijvoorbeeld:
    • een bermenpalenmaaier (bij het maaien onder vangrails)
    • een radiografisch bestuurbare taludmaaier

 

 

 

 

 

 

 

    • een hydraulische arm met maaigarnituur aan een trekker (bij het maaien van taluds of slootkanten)
  • Stel bij de aanschaf van een nieuwe bosmaaier hoge eisen aan:
    ◦ ergonomie van het draagstel
    ◦ gewicht van de bosmaaier
    ◦ trillingsdemping.
  • Kies voor een accu aangedreven model. Deze zijn trillingsarmer.
  • Beoordeel de trillingsbelasting van de machines en stel vast hoe lang er maximaal per dag mee gewerkt mag worden. (Voor berekening trillingsbelasting, kijk onder Meer informatie.)  De aangegeven trillingsbelasting geldt voor normaal gebruik met scherpe messen.
    De norm van maximaal 4 uur per dag of maximaal 3 dagen per week (zoals genoemd in de maatregelen) geldt voor veel gebruikelijke machines. Met sommige nieuwe, trillingsarme machines, zoals accu aangedreven machines, kan langer gewerkt worden. Houd bij het vaststellen van maxima ook rekening met werkzaamheden met andere machines, die trillingen veroorzaken.
  • Beoordeel vooraf de gevaren van het werk en de omgeving waar het uitgevoerd moet worden. Controleer te maaien objecten op bijvoorbeeld stenen, ijzer en glas.
  • Denk ook aan grondnesten van bijvoorbeeld wespen en eikenprocessierupsen!
  • Spreek af dat men (o.a. bij het namaaien van bermpalen) niet meerijdt op een gevaarlijke plaats, zoals op de treeplanken van de bedrijfswagen of op de dissel van de aanhangwagen.
  • Houd toezicht op werkafspraken en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Raadpleeg Werken langs de weg bij werkzaamheden langs de openbare weg.
  • Iedere werknemer die voor de eerste keer wordt belast met bosmaaiwerkzaamheden moet in de gelegenheid gesteld worden om vóór de aanvang van de werkzaamheden een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PMO) te ondergaan.
  • Laat jeugdigen geen bosmaaiwerkzaamheden uitvoeren. 

    Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten op een arbeidsplaats waar de dagelijkse blootstelling aan lawaai 85 dB(A) of hoger is of de piekgeluidsdruk 140 Pa of hoger is.
    Jeugdige werknemers mogen niet worden blootgesteld aan schadelijke trillingen.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Zorg voor goed onderhouden bosmaaiers inclusief het maaigarnituur en vervang deze tijdig.
  • Laat bosmaaiers minimaal jaarlijks keuren.
  • Zorg dat het gereedschap geschikt is voor het werk. Stem het maaigarnituur (draadmaaier, slagmes of zaagblad) af op het materiaal dat gemaaid moet worden.
  • Voor maaiwerk in drukke gebieden is een bijvoorbeeld een speciale maaikop (roterende snijkop, rotorknipper of zig-zagmes) die het materiaal niet wegslingert. Er verschillende fabrikanten die dit product leveren.
  • Gebruik alleen CE gemarkeerde uitrustingsstukken die vermeld staan in de gebruikshandleiding van de bosmaaier, zodat er veilig gewerkt kan worden.
  • Gebruik voor licht werk een lichte machine. Steeds meer accubosmaaiers zijn geschikt voor professioneel werk.
  • Zorg voor veilig gereedschap: goed uitgebalanceerd, voldoende capaciteit, goed onderhouden en gekeurd, weinig storingen, scherpe en correct geslepen messen.
  • Stel de machine zo af dat het maaigarnituur stil staat bij stationair toerental.
  • Laat de motor niet onnodig stationair draaien. Dit veroorzaakt veel trillingen.
  • Stel de stuurboom of handgrepen in op de lichaamslengte van de persoon. Beide handen moeten zich even ver naast het lichaam bevinden en de armen moeten een hoek van circa 130 graden maken.
  • Breng de positie van de aanpikhaak op de heup op de juiste hoogte aan. Dit is afhankelijk van de gewenste maaihoogte. De horizontale afstelling is afhankelijk van het gebruikte maai- of zaaggarnituur. Bij het maaien met een draadmaaier kan de draadkop beter iets voorover staan.
  • Zorg dat het maaigarnituur is voorzien van een passende beschermkap.
  • Zorg dat de maaikop uitgebalanceerd en schoon is.
  • Zorg voor periodiek onderhoud aan de trillingsdempende rubbers van de machine.
  • Zorg voor een ergonomisch en goed af te stellen draagstel.

Opleiding en instructie

  • Zorg dat betrokkenen aantoonbaar opgeleid zijn voor het werken met de bosmaaier en het soort maaiwerk. Dit is nodig om verantwoord te kunnen werken.
  • Zorg dat medewerkers die bosmaaiwerkzaamheden langs de weg verrichten ook opgeleid zijn voor het werken langs de weg. (CAO LEO art. 79 lid 3).
  • Instrueer de medewerkers, in een voor hen begrijpelijke taal, aantoonbaar over de gevaren van het werk en de te nemen maatregelen.
  • In de instructie aan de medewerkers moet minimaal het volgende (staat ook in de bijlage die je kan printen) aan de orde komen:

    Over de veiligheid:
    • De gevaren van het werken met een bosmaaier
    • Hoe die gevaren beheerst worden.
    • Wat te doen als gevaren afwijken van normaal of afgesproken is.
    • De werkwijze bij het optreden van storingen
    • CE gemarkeerde bosmaaier en met CE gemarkeerde uitrustingsstukken (maaikop, slagmes of zaagblad).
    • Gebruikshandleiding van de bosmaaier.
    • Wijze van controle van het apparaat
    • Wijze van onderhoud van de apparaat
    • Het houden van afstand tot collega's, omstanders, verkeer, objecten en bebouwing. Binnen een straal van 15 meter mogen zich geen andere personen bevinden
    • Als er zich personen binnen een straal van 15 meter bevinden, zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals afscherming.
    • Loop bij het maaien van de randen van een grasveld altijd tegen de klok in. Dan komt het materiaal op het grasveld terecht en niet bij de weggebruiker. Dit zorgt ook voor kwalitatief beter maaiwerk.
    • Laat de bosmaaier niet onnodig stationair draaien, stop de machine.
    • Trilt de bosmaaier meer dan normaal: controleer het maaigarnituur.
    • Storingen pas opheffen als de machine is uitgeschakeld, volledig stilstaat en is uitgedraaid.
    • Gebruik een gevaarlijke machine niet meer. Meld het aan de leidinggevende.
    • Bereikbaarheid bij storingen of calamiteiten en bij wie je die moet melden.
    • Wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden.
    • Welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden:
      • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond
      • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
      • een veiligheidsbril eventueel in combinatie met een gelaatscherm
      • gehoorbescherming bij lawaaiige apparatuur (< 80 dB(A)) bij voorkeur otoplastieken 
      • schone signaalkleding bij werken in de openbare ruimte
      • beenbescherming d.m.v. stevige werkkleding, een veiligheidsbroek of een bosmaaierbroek.
      • Verder, indien van toepassing:
        • regenkleding, die soepel zit
        • stofmasker
        • of andere specifieke middelen in bijzondere situaties
    • Wat te doen na afloop van het werk:
    • Maak de machine schoon en smeer door zoals afgesproken.
    • Controleer op schade, slijtage, scheuren in lassen of ontbrekende of loszittende onderdelen.
    • Informeer jouw leidinggevende over de defecten.

      Over lichamelijke belasting van het werk met een bosmaaier:
    • Het afstellen van het draagstel. Gebruik een draagstel dat comfortabel zit en goed is ingesteld (meer info). De druk moet over beide schouders verdeeld zijn.
    • De balans van de bosmaaier.
    • Het niet te krampachtig vasthouden van de handvatten. Anders worden er te veel trillingen aan het lichaam doorgegeven en dat stagneert de doorbloeding (witte vingers).
    • De handen warm houden; draag handschoenen, bij voorkeur van leer.
    • Het voorkomen van te ver vanuit de rug te draaien, de maaibeweging mag niet groter zijn dan 1½ meter
    • Afspraken over werk- en rusttijden.
    • Op tijd rustpauzes nemen is nodig om vermoeidheid en uitputting te voorkomen.
    • Wat te doen bij gladheid door regen, begroeiing en hellingen.
    • Mogelijke obstakels in het terrein, zoals boomstronken, boomwortels, kuilen en greppels.
    • Wat te doen bij aanwezigheid van (grond)nesten van wespen, eikenprocessierups, enz. en de daarbij behorende persoonlijke beschermingsmiddelen
    • Het melden van gevaarlijke situaties bij de leidinggevende is verplicht.
    • Waarom er volgens de instructies en afspraken van het bedrijf gewerkt moet worden.
    • Checklist voor de dagelijkse praktijk, zoals in de arbocatalogus is omschreven.
  • Check of men de instructie begrepen heeft.
  • Geef aanvullende instructies als het werk afwijkt van de standaardwerkzaamheden met de bosmaaier.
  • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen met bosmaaiers die in het bedrijf of in de sector hebben plaatsgevonden.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen waar goed mee gewerkt kan worden en maak afspraken over verplicht gebruik van:
    • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond
    • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
    • een veiligheidsbril eventueel in combinatie met een gelaatscherm
    • gehoorbescherming bij voorkeur otoplastieken 
    • signaalkleding als je gezien moet worden
    • beenbescherming d.m.v. stevige werkkleding, een veiligheidsbroek of een bosmaaierbroek.
  • Zorg indien van toepassing voor:
    • regenkleding, die soepel zit
    • stofmasker
    • of andere specifieke middelen in bijzondere situaties.
  • Zitten persoonlijke beschermingsmiddelen niet comfortabel, zijn ze verouderd of defect: bespreek het met de leidinggevende.

Meer informatie