Tillen van biggen

Tillen van biggen

Biggen tillen in een gebogen houding komt voor bij castreren, spenen, selecteren, bloedprikken en laden. Doordat er sprake is van een bewegend, onwillig dier en weinig grip kunnen er bij het oppakken onverwachte bewegingen worden gemaakt. Bij dit werk bestaat er een risico op overbelasting van de rug.

Wat is de gewenste situatie?

Het tillen van biggen veroorzaakt geen rugklachten

Maatregelen

Richt de stal zo in dat biggen altijd kunnen lopen.

Maak gebruik van een oploopbrug bij hoogteverschillen.

Zet hulpmiddelen in voor biggentransport, een biggentransportkar bijvoorbeeld.

Voorkom onnodig tillen. Laat biggen zo veel mogelijk lopen.

Vermijdt het tillen van biggen die zwaarder zijn dan 10 kg.

Zorg voor een goede tilhouding (rechte rug, til dicht bij het lichaam).

Breng zoveel mogelijk variatie en afwisseling in de taken van de verzorgers.

Geef voorlichting en instructie over goed tillen.

Zorg voor gemakkelijk hanteerbare, lichtgewicht schotjes om biggen te scheiden.

Om diep bukken bij het vangen van zeer jonge biggen te voorkomen: gebruik een biggengrijper.

Voorkom onnodig tillen. Laat biggen zo veel mogelijk lopen.

Vermijd het tillen van biggen die zwaarder zijn dan 10 kg.

Zorg voor een goede tilhouding (rechte rug, til dicht bij het lichaam).

Toelichting op de maatregelen

  • Zorg voor een goede tilhouding. Til met een rechte rug en til dicht bij het lichaam. Beperk de reikafstand zoveel mogelijk. Voorkom tillen en dragen met een gedraaide rug. Til in een vloeiende en niet te snelle beweging. Voorkom onverwachte bewegingen door een stevige grip.

Wat u verder moet weten

NIOSH-methode
Voor de beoordeling van tilsituaties is de NIOSH-methode de meest toegepaste en volledige methode. Er wordt een maximaal tilgewicht gehanteerd van 23 kg per persoon. Dit betekent dat niet meer dan 23 kg per persoon getild mag worden en niet meer dan 46 kg met twee personen. Het gewicht van 23 kg geeft aan dat tillen veilig is, als onder ideale omstandigheden (niet te ver reiken, niet te vaak en te lang tillen, niet te hoog tillen en te hoog stapelen, niet te veel met de rug draaien en de last goed beet kunnen pakken) aan deze norm voldaan wordt. Als de omstandigheden niet ideaal zijn, dan is het maximaal toegestane tilgewicht veel lager.
Dit gewicht wordt vermenigvuldigd met 6 factoren waaruit de tilindex wordt berekend. Bij een tilindex van:

  • 1 of lager zijn geen maatregelen nodig.
  • tussen 1 en 2 zijn maatregelen nodig binnen afzienbare tijd.
  • hoger dan 2 zijn direct maatregelen noodzakelijk.

Bepaal het maximale tilgewicht voor uw eigen werksituatie.