Arbobeleid Jongeren

Arbobeleid Jongeren

Goedgekeurd door Sociale Partners
Getoetst door Inspectie SZW

In de bos- en natuursector werken soms jeugdigen. Dat kan zijn op een leer-werkplek, als (tijdelijk) medewerker, maar ook als stagiaire of vrijwilliger. Jongeren lopen extra risico’s als het gaat om veiligheid en gezondheid. Zij zien de gevaren van het werk niet en kunnen deze ook (nog) niet goed inschatten. Zij kennen bovendien hun eigen grenzen nog niet. Veel jongeren zijn daarnaast onzeker omdat zij nauwelijks werkervaring hebben. Omdat jongeren lichamelijk en geestelijk nog volop in ontwikkeling zijn gelden er specifieke regels voor de werkzaamheden die zij mogen doen. Deze moeten zorgen voor voldoende bescherming van de gezondheid en veiligheid van jongeren. De regels voor 13-, 14- en 15-jarigen (kinderen) (zie bijlage 1) en 16- en 17-jarigen (jeugdigen) zijn verschillend (zie bijlage 2). Als we over beiden spreken noemen we dat in dit document jongeren. In de praktijk worden problemen rond veilig en gezond werken vaak even ter plekke opgelost. In een arbobeleid staat de vraag hoe dergelijke problemen kunnen worden voorkomen centraal. Een beleidsmatige en structurele aanpak leidt uiteindelijk tot betere arbeidsomstandigheden, minder verzuim en minder ongevallen. Door het beleid in overleg met het personeel vast te stellen is de kans op acceptatie én uitvoering ervan groter.

Knelpunten

Het arbobeleid voor jongeren ontbreekt.

Er is onvoldoende duidelijk en bekend binnen de organisatie over wat jongeren wel en niet mogen doen.

De komst van jongeren op de werkplek wordt onvoldoende voorbereid.

De begeleiding van jongeren laat te wensen over.

Jongeren kunnen consequenties van hun eigen handelen met machines nog niet voldoende overzien.

De brancheafspraken

Stel in het bedrijf schriftelijk vast welke werkzaamheden wel en niet door jongeren kunnen worden verricht. Communiceer deze regels duidelijk met leiding, collega’s en de jongeren zelf. Daarbij gelden de onderstaande regels:

Kinderen (13-, 14- en 15-jarigen) verrichten alleen lichte werkzaamheden. Kinderen mogen NIET met machines werken.

Jeugdigen (16- en 17-jarigen) mogen alle werkzaamheden verrichten, behalve de werkzaamheden die voor hen verboden zijn en waar voldoende toezicht ontbreekt.

Laat jongeren alleen werkzaamheden met machines uitvoeren die zijn mogen verrichten.

Stem begeleiding en toezicht af op de werkzaamheden, de risico’s, de leeftijd, kennis en capaciteiten van de jongeren. Zorg dat, indien nodig, ingegrepen kan worden (zie bijlage 3).

Zorg voor een duidelijk beleid rond stages en leer/werkplekken.

Checklist

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Zorg voor duidelijkheid over welke werkzaamheden wel en niet door jongeren kunnen worden verricht. Dat is afhankelijk van de leeftijd van de jongeren, hun ervaring en de mogelijkheden binnen uw bedrijf om toezicht te houden. Kunt u gemakkelijk voldoende toezicht organiseren, dan is er meer mogelijk dan wanneer u dit niet kunt garanderen.
  • Zorg intern voor duidelijkheid (bijvoorbeeld in de risico-inventarisatie en -evaluatie) over:
    1. de specifieke gevaren voor jongeren op het gebied van arbeidsomstandigheden
    2. de aard, de mate en de duur van de blootstelling aan stoffen, bacteriën, virussen, lawaai, trillingen en klimaatomstandigheden
    3. de voorlichting aan kinderen en jongeren
    4. de keuze en het gebruik van arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Stel vast of werkzaamheden helemaal niet door jongeren kunnen worden gedaan (bijvoorbeeld omdat voldoende toezicht niet mogelijk is) of alleen onder bepaalde voorwaarden (bijvoorbeeld pas na het volgen van een cursus of specifieke instructie, alleen bij gunstige terreinomstandigheden, alleen samen met zeer ervaren collega’s). Aandachtspunten zijn de volgende situaties: machines en apparaten, werkzaamheden met ongunstige omstandigheden en in ongunstige houdingen, schadelijk geluid, trillingen, alleen werken, op hoogte werken en werken langs de weg.
  • Voor het besturen van een land- of tuinbouwtrekker op de openbare weg door 16- en 17 jarigen is een trekkerrijbewijs noodzakelijk. Voor het besturen van een heftruck moet een 16- en 17- jarige een opleiding heftruckchauffeur hebben gevolgd.
  • Bedenk dat er altijd toezicht moet zijn op het werk van jeugdigen. De mate van toezicht is mede afhankelijk van de leeftijd en de werkzaamheden. Op enig moment zal het deskundig toezicht zo intensief zijn, dat in feite geen sprake meer is van het zelfstandig verrichten van werkzaamheden. Voorbeelden zijn het werken met en op (zware) machines, werken op hoogte en werken langs de weg. Het zelfstandig verrichten van de werkzaamheden is dan feitelijk verboden.
  • Ook als een jeugdige in het kader van zijn opleiding of stage werkzaamheden verricht, moet er deskundig toezicht zijn.
  • Als de jongere geen ervaring heeft met de werkzaamheden: zorg dan voor een goed inwerktraject en heldere instructies, die zo vaak als nodig worden herhaald. Zorg voor duidelijkheid over wie toezicht houdt op de werkzaamheden en geef jongeren zelf ook duidelijkheid over wie zij kunnen aanspreken met vragen. Sommige oudere, ervaren medewerkers zijn geboren toezichthouders en ‘mentoren’ voor jongeren. Maak hier gebruik van.
  • Kinderen mogen nooit met gevaarlijke stoffen werken.
  • Jeugdigen mogen slechts met een beperkt aantal schadelijke stoffen werken en slechts uitsluitend onder toezicht. Zij mogen niet werken met stoffen die sensibiliserend, kankerverwekkend, mutageen of voor de voortplanting schadelijk zijn.

Voor jongeren gelden afwijkende regels voor werktijden. Voor jongeren onder 16 jaar geldt een specifiek regime, voor jongeren vanaf 16 jaar zijn er enkele extra regels. Zo moet bijvoorbeeld bij de werktijd rekening gehouden worden met de tijd, die jongeren besteden aan hun opleiding. Werk volgens deze voorschriften uit de Arbeidstijdenwet.