Gewasbescherming

Gewasbescherming

Gewasbeschermingsmiddelen (biologisch en chemisch) kunnen bij onjuiste toepassing leiden tot gezondheidsrisico's op de korte en langere termijn. Denk aan aandoening van de hersenen (organisch psychosyndroom, ook wel schildersziekte genoemd), onvruchtbaarheid en allergieën. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen via de huid, de longen en via eten en drinken (geen schone handen) het lichaam binnenkomen.

Wat is de gewenste situatie?

Werken met gewasbeschermingsmiddelen levert geen gezondheidsklachten op.

Er wordt alleen gewerkt met stoffen uit de lijst van toegelaten middelen.

Er wordt gewerkt volgens de aanwijzingen op het etiket en het veiligheidsinformatieblad.

Gewasbeschermingsmiddelen zijn opgeslagen in een afgesloten, geventileerde kast.

Maatregelen

Vermijd of beperk het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dat kan door goede bedrijfshygiëne en door het gebruik van niet-chemische middelen: biologische bestrijding, insectengaas, stomen van grond (in plaats van chemische ontsmetting), ontsmetting van drainagewater en regenwater (UV/filtratie/verhitting).

Als een toepassing niet te vermijden is: gebruik de minst schadelijke werkzame stof. Vergelijk gevaarsymbolen en risicozinnen op het etiket en het veiligheidsblad. De veiligheidsinformatiebladen en de etiketteksten zijn ook te vinden op www.fytostat.nl.

Gebruik de minst schadelijke vorm (granulaat in plaats van poeder) en veilige verpakkingswijzen (middelen in wateroplosbare verpakking).

Vervang een risicovolle toepassingstechniek door een veilige techniek.

Automatiseer het spuiten.

Plaats een oogdouche dichtbij de plek waar gewasbeschermingsmiddelen worden klaargemaakt.

Toepasser

Zorg bij klaarmaken dat u voldoende bent beschermd (volgelaatsmasker, overall, handschoenen, laarzen).

Bereken nauwkeurig de hoeveelheid spuitvloeistof zodat u geen restvloeistof overhoudt.

Voor het spuiten: kijk of er geen medewerkers in kas werken.

Na het spuiten: persoonlijke beschermingsmiddelen goed reinigen.

Medewerker

Werk niet in een gewas dat nog nat is van een toepassing met behandelingsmiddel.

Was de handen voor en na het pauzeren.

Houd de huid zoveel mogelijk bedekt om blootstelling aan de middelen te voorkomen (lange broek en een shirt).

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Vermijd directe en indirecte blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen door een goede planning.
  • Bereken zo nauwkeurig mogelijk de hoeveelheid spuitvloeistof zodat u geen restvloeistof overhoudt.
  • Laat medewerkers niet in kas werken tijdens spuitwerkzaamheden.
  • Zie erop toe dat de herbetredingstermijnen worden nageleefd.
  • Werk niet in nat gewas.
  • Hanteer taakroulatie.
  • Spuit zo veel mogelijk na werktijd.

Opleiding en instructie

  • Zorg dat de toepasser van de gewasbescherming in het bezit is van een geldige spuitlicentie.
  • Zorg dat de medewerkers op de hoogte zijn van de risico's van het werken met gewasbeschermingsmiddelen en andere chemische middelen. Zorg ook dat ze weten hoe die risico's zijn te voorkomen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Vermijd tijdens de spuitwerkzaamheden contact met gewasbeschermingsmiddelen. Bent u er toch mee in contact gekomen, volg dan de aanwijzingen van het veiligheidsinformatieblad (zie www.fytostat.nl).
  • Reinig persoonlijke beschermingsmiddelen na gebruik grondig. Spoel masker, overall, laarzen en handschoenen af met lauw water en zeep.
  • Bewaar persoonlijke beschermingsmiddelen op een koele, stofvrije plaats en nooit op plaatsen waar chemische middelen worden bewaard.

Adembescherming

  • Controleer voor gebruik of het masker goed afsluit. Voel of er geen ruimte is tussen masker en gezicht.
  • Gebruik het juiste filter, dus met de juiste kleur-, letter-, cijfercode en een CE-keurmerk.
  • Zet de datum van ingebruikname op het filter en vervang het A2P3 filter na 8 gebruiksuren en binnen één maand na opening.
  • Gebruik het E-, K- en B-filter is niet meer dan één keer.
  • Let op de uiterste gebruiksdatum op het filter.
  • Bewaar het filter van het masker luchtdicht na gebruik.
  • Bewaar de maskers en filters nooit in de gewasbeschermingsmiddelenkast.

Welk filter biedt de beste bescherming

Filter Kleur Gewasbeschermingsmiddel Gebruiksduur
A2P3 bruin/wit meeste middelen (organische gassen/dampen) 8 uur of 1 maand
B2P3 grijs/wit
  • zure gassen/dampen
  • blauwzuur (HCN)
  • fosforwaterstof (HF)
  • zoutzuur (HCl)
  • formaline (CH2O)
  • chloor (Cl2)
  • zwavelwaterstof (H2S)
eenmalig
B2P3 grijs/wit metam-natrium eenmalig
E2P3 geel/wit zwaveldioxide (SO2) eenmalig
K2P3 groen/wit ammoniak (NH3) eenmalig

­

­

Huidbescherming

  • Draag spuitkleding bij alle spuitwerkzaamheden. Om uw huid goed te kunnen beschermen geldt voor alle kledingstukken dat ze ondoordringbaar voor chemicaliën moeten zijn. Voor een wegwerpoverall: met afsluitbare capuchon en elastiek in broekspijpen en mouwen over de laarzen en handschoenen.
  • Draag een volgelaatsmasker voor bescherming van de ogen en het gezicht.
  • Zorg voor nitrilrubber of neopreen handschoenen die lang, stevig en soepel zijn en aansluiten op de kleding. Zorg dat deze handschoenen zijn voorzien van een katoenen voering. Of draag er losse katoenen onderhandschoenen onder.
  • Gebruik handschoenen liefst éénmalig.
    • Het meermalen aan- en uittrekken kan de handschoen van binnen verontreinigen.
    • Tijdens het uit- en weer aantrekken kunnen de handen verontreinigd raken.
    • Als de handschoen uit is, gaat de doordringing van chemische stoffen in de handschoen door; de pauze telt dus mee in de maximale gebruiksduur!
    • Omdat ook de buitenkant van een verpakking vaak verontreinigd is, is het bij sensibiliserende stoffen aan te raden de handschoenen al aan te doen voor het openen van de verpakking.
    • Trek handschoenen nooit aan als de handen vochtig of verontreinigd zijn, of als de handschoen van binnen vochtig of verontreinigd is.
  • Draag veiligheidslaarzen van neopreen of nitrilrubber.

Werken in het gewas

  • Werk niet in een gewas dat nog nat is van een toepassing met behandelingsmiddel.
  • Kijk voor herbetreding en re-entry op het etiket of veiligheidsinformatieblad.
  • Was de handen voor en na het pauzeren.
  • Houd de huid zoveel mogelijk bedekt om blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen (lange broek en een shirt met lange mouwen).
  • Vervang en was kleding dagelijks omdat gewasbeschermingsmiddelen in de kleding kunnen achterblijven.
  • Als in nat gewas wordt gewerkt: gewone kleding biedt geen bescherming tegen gewasbeschermingsmiddelen. Wacht dus tot het gewas droog is (niet alleen van het spuiten, maar ook als het gewas nat is door beregening) of maak als dit niet mogelijk is gebruik van regenkleding. Reinig de regenkleding ook na afloop.

Wat u verder nog moet weten

Biobestrijders Het verblazen van roofmijt (swirski-mite) kan allergische reacties aan de luchtwegen en irritatie van de ogen veroorzaken. Volg de instructies uit de productinformatie van de producent. Draag adembescherming in de vorm van stofkapje P3. Zie bijvoorbeeld de informatie over de roofmijt op de website van een van de leveranciers Koppert Biological Systems. Bent u bezorgd om uw gezondheid? Bezoek het preventiespreekuur Medewerkers met gezondheidsklachten bij het werken met gewasbeschermings- of ontsmettingsmiddelen of met vragen over gezondheidsrisico's kunnen terecht bij het preventiespreekuur van Stigas. In de CAO artikel 31 is het volgende bepaald: 'Werknemers die regelmatig spuitwerkzaamheden verrichten met giftige stoffen kunnen, voor rekening van de werkgever, maximaal twee maal per jaar door middel van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek laten vaststellen of zij deze werkzaamheden zonder bezwaar kunnen verrichten.'

Meer informatie

www.fytostat.nl