Gladheidsbestrijding

Gladheidsbestrijding

Goedgekeurd door Sociale Partners
Getoetst door Inspectie SZW

Tijdens het uitvoeren van gladheidsbestrijding met bedrijfsauto’s, trekkers en andere zelfrijdende voertuigen kunnen zich verschillende gevaren voordoen, zoals gladde wegen, zachte bermen, obstakels, zoals varkensruggen en verkeersdrempels, slecht zicht, lage bruggen en viaducten, onverwachte reacties van verkeer, enz. Bovendien kan het voorkomen dat gladheid onverwacht optreedt, waardoor medewerkers het werk beginnen, terwijl men onvoldoende (nacht)rust heeft gehad. De maatregelen worden hieronder beschreven.

Wat is de gewenste situatie?

Gladheidbestrijding wordt veilig en door opgeleide medewerkers uitgevoerd.

Maatregelen

Overleg met de wegbeheerder over de gevaren van een nieuw traject

Maak afspraken over de te nemen maatregelen en zorg dat men zich daaraan houdt

Zet medewerkers in die voldoende rust hebben gehad.

Zorg dat de medewerkers een specifieke instructie gladheidsbestrijding hebben gehad.

Voer de maatregelen uit zoals omschreven in de toelichting hieronder en borg deze.

Heb ik instructie gehad voor dit werk?

Beschik ik over een goedgekeurde machine?

Zijn ramen, spiegels en verlichting schoon?

Werkt de verlichting?

Kan ik in deze omgeving veilig werken?

Ken ik de hoogte van de machine in verband met tunnels en bruggen?

Heb ik een telefoon bij me voor noodgevallen?

Weet ik bij wie incidenten en storingen gemeld moeten worden?

Draag ik de PBM zoals is afgesproken?

Is mijn signaalkleding schoon, heel en reflecteert het nog?

Zijn omstanders op veilige afstand?

Een keer nee? Bel je leidinggevende! (als je het zelf niet kunt oplossen)

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Inventariseer vooraf de specifieke gevaren van de werkzaamheden bij de verschillende vormen van gladheid, zoals opvriezen, sneeuwval en ijzel, zodat de te nemen maatregelen afgestemd kunnen worden op de situatie.
  • Betrek daarbij de wegbeheerder / andere betrokken partijen.
  • Zorg dat vooraf het traject bekend is bij degene die de route moeten rijden. Als het een nieuw traject is, rijdt de route met daglicht (zonder te strooien), zodat men niet voor verrassingen (bijvoorbeeld; te laag viaduct, te smalle weg, hellingen) komt te staan tijdens een gladheidsbestrijding.
  • Voorkom het rijden op een gladde weg, start tijdig en strooi in overleg met de wegbeheerder preventief.
  • Zorg dat er medewerkers beschikbaar zijn die rust hebben gehad, zoals is vastgelegd in de CAO voor het hoveniersbedrijf in Nederland.
  • Zorg dat de medewerkers opgeleid en geïnstrueerd zijn. Zie verder onder hoofdstuk Opleiding en Instructie.
  • Maak voor het seizoen afspraken over werk- en rusttijden met betrokkenen (zie CAO onder Meer info).
  • Informeer medewerkers tijdig als er gestrooid moet worden, zodat zij geen middelen gebruiken die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, zoals, alcohol of drugs.
  • Zorg voor communicatiemiddelen (mobiele telefoon).
  • Houd rekening met aanrijtijden voor medewerkers die van huis komen en mogelijke files door gladheid voor het tijdig kunnen wisselen van strooiploegen.
  • Inventariseer welke schadelijke of irriterende eigenschappen de strooimiddelen hebben, leg dit vast in de RIE en ga na of blootstelling voorkomen wordt.
  • Evalueer na afloop het strooiseizoen om verbeteringen door te kunnen voeren in het volgend seizoen.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Zorg voor minimaal jaarlijks onderhoud aan machines. Raadpleeg “Machineveiligheid Algemeen”.
  • Zorg dat de cabineverwarming ruim voor aanvang van het seizoen in orde is.
  • Zet materieel in waarmee het veilig uitgevoerd kan worden (gewicht, breedte, snelheid, hoeveelheid sneeuw, enz.).
  • Zet machines in met ramen zonder scheuren, sterren of strepen die hinder kunnen geven bij het werken in donker en/of neerslag.
  • Zorg voor anti-slipbanden of winterbanden op het materieel dat ingezet wordt.
  • Zorg voor automatische of semi-automatische koppelingen als machines of hulpstukken kort voor aanvang gekoppeld moeten worden, zodat het aankoppelen veilig en gemakkelijk kan plaatsvinden.
  • Zorg dat de verlichting (normale verlichting / zwaailicht(en)) is aangepast op de werkzaamheden, de grootte van de machine en de omstandigheden, zodat men herkenbaar is voor de weggebruikers. Bij twijfel de wegbeheerder raadplegen.
  • Zorg dat gevaarlijke delen, zoals strooischijven zodanig afgeschermd zijn dat de functie behouden blijft en ongewild contact voorkomen wordt.
  • Monteer een camera met monitor als het zicht naar achter beperkt is.

Opleiding en instructie

  • Laat gladheidsbestrijders een speciale opleiding volgen, zoals de winterdiensttraining of verzorg  aantoonbaar een specifieke instructie in begrijpelijke taal over de gevaren van het werk en over de te nemen maatregelen. Check of men de instructie begrepen heeft.
  • In de instructie moet minimaal het volgende aan de orde komen (staat ook in de bijlage die je kan printen):
    • De gevaren van het werk
    • Hoe die gevaren beheerst kunnen worden
    • Wijze van controle van de apparatuur of machine
    • De werkwijze bij het optreden van storingen
    • Veilige werking van de machine en de gebruikshandleiding
    • Het gebruik van alcohol, drugs en medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
    • Afspraken over werk- en rusttijden.
    • Hoe rekening te houden met kwetsbare verkeersdeelnemers.
    • Afwijkend en soms agressief gedrag van weggebruikers en Psychosociale arbeidsbelasting
    • Het strooien van kruispunten en andere bijzondere omstandigheden
    • De invloed van sneeuw, regen en ijzel waardoor bermen veel zachter zijn dan normaal. Daardoor kan de machine gemakkelijk vast raken of in het water terecht komen.
    • Na of tijdens een strenge vorst periode kan het water nog niet in de grond zakken en zal de berm bijzonder glad zijn.
    • Tijdens het preventief strooien kan het voorkomen dat de temperatuur sneller daalt dan verwacht, waardoor de weg glad kan worden.
    • Dit is gevaarlijk voor de strooivoertuigen en de weggebruikers. Pas de rijsnelheid daar op aan.
    • Bij ijzel kunnen boomtakken naar beneden doorbuigen, waardoor een grotere kans aanrijdingsgevaar bestaat.
    • Bereikbaarheid bij storingen of calamiteiten en bij wie je die moet melden.
    • De (schadelijke) eigenschappen van de strooimiddelen
    • Gebruik van de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen.
    • De invloed van weersomstandigheden, zoals wind, plotselinge dooi, e.d.
    • Wat te doen als de gevaren afwijken van normaal of van wat afgesproken is
    • Checklist voor de dagelijkse praktijk zoals in deze arbocatalogus omschreven
    • Wat te doen na afloop van het werk:
      • Maak de machine schoon en smeer door zoals afgesproken.
      • Controleer op schade, slijtage, scheuren in lassen of ontbrekende of loszittende onderdelen.
      • Informeer jouw leidinggevende over de defecten.
  • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen bij gladheidsbestrijding om van te leren.
  • Het deelnemen aan voorlichting en instructie is voor de medewerkers verplicht.
  • Check of men de instructie heeft begrepen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Stel beschermingsmiddelen en signaalkleding voor winterse omstandigheden beschikbaar voor zichtbaarheid en bescherming tegen kou en neerslag.
  • Instrueer betrokkenen over het gebruik en onderhoud van de beschermingsmiddelen.

Meer informatie