Motor- / accuaangedreven handgereedschap

Motor- / accuaangedreven handgereedschap

Goedgekeurd door Sociale Partners

De bladblazer, doorslijper en accu snoeischaar zijn aangedreven handgereedschappen die geluid, trillingen, fysieke belasting en/of blootstelling aan stof kunnen veroorzaken. Dit kan ongewenste effecten hebben op de veiligheid en de gezondheid. De nieuwe accutechniek wordt in de praktijk steeds meer toegepast, wat een goede ontwikkeling is. Voor de kettingzaag, de bosmaaier en de heggenschaar zijn aparte beschrijvingen.

Wat is de gewenste situatie?

Het aangedreven handgereedschap is veilig en wordt conform de gebruikshandleiding gebruikt en onderhouden.

De medewerkers zijn voldoende deskundig en aantoonbaar geïnstrueerd.

Maatregelen

Werk met een veilige CE-gemarkeerde machine, inclusief documentatie en gebruikshandleiding.

Zorg dat de machine wordt onderhouden en gebruikt zoals omschreven staat in de gebruikshandleiding.

Zorg dat de opleiding, kennis en ervaring van de medewerkers is afgestemd op de gevaren van de machine, de werkzaamheden en de omgeving van de werkplek.

Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen die passen bij de machine en de omgeving.

Checklist

 

 

 

 

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Vraag in de ontwerpfase aandacht voor arbeidsvriendelijke onderhoudsmogelijkheden van het tuinontwerp.
  • Stel bij aanschaf van het gereedschap hoge eisen aan gebruiksgemak en trillingsdemping.  De toegestane dagelijkse gebruiksduur is in belangrijke mate afhankelijk van het trillingsniveau.
  • Accu-aangedreven gereedschappen zijn trillingsarmer en kunnen daardoor langer gebruikt worden dan motoraangedreven gereedschap.
  • Zorg voor veilig gebruik en opslag van lithium-batterijen. 
  • Beoordeel vooraf de gevaren van het werk en de omgeving waar het uitgevoerd moet worden.
  • Zorg voor een stabiele werkplek als er op hoogte gewerkt wordt. Zie ook Werken op hoogte.
  • Zorg voor taakroulatie om ongevallen en lichamelijke klachten door overbelasting te voorkomen.
  • Gebruik emissiearme brandstoffen als met een verbrandingsmotor gewerkt wordt.
  • Houd rekening met collega's, omstanders en objecten (bijvoorbeeld auto's en bebouwing) in verband met:
    • mogelijk lawaai
    • wegslingerend materiaal
    • stofvorming.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Gebruik gereedschap dat geschikt is voor het werk. Gebruik voor licht werk een lichte machine!
  • Gebruik zo veel mogelijk een accu aangedreven model. Deze zijn stiller, trillingsarmer en meestal minder zwaar. Bovendien veroorzaken zij geen uitlaatgassen!
  • Gebruik veilig gereedschap. Kenmerken van veilig gereedschap zijn:
    • voldoende capaciteit
    • goed onderhouden (dus ook schoon en gesmeerd!) en gekeurd
    • weinig storingen
    • De doorslijper of bandenzaag is voorzien van een doorslijpschijf zonder breuken of beschadigingen.
  • Zorg voor voldoende hulpmiddelen die de veiligheid verhogen. Bijvoorbeeld:
    • een ergonomische en goed afgestelde draagstel van de bladblazer of ander apparaat.
    • een veilig brandstof - vulsysteem, bijvoorbeeld Easy-fill
  • Voorkom overbelasting bij langdurig bladblazen met één hand. Bijna elke bladblazer kan eenvoudig voorzien worden van een tweehandenbediening.
Tweehandenbediening

foto: Tweehandenbediening op bladblazer.

Opleiding en instructie

  • Zorg voor opgeleide medewerkers, die kennis hebben van het uit te voeren werk.
  • Instrueer de medewerkers aantoonbaar en in begrijpelijke taal over de gevaren van het werk en de te nemen maatregelen. Geef een mondelinge instructie.
  • In de instructie aan de medewerkers moet minimaal het volgende (staat ook in de bijlage die je kan printen) aan de orde komen:
    • De gevaren van het werken met een aangedreven apparaat zoals een bladblazer, doorslijper of accusnoeier.
    • De gevaren van lithium accu's.
    • Hoe je gevaren kan voorkomen.
    • Wat te doen als gevaren op de werkplek of in de omgeving afwijken van normaal of afgesproken is.
    • De werkwijze bij het optreden van storingen
    • Waar je op moet letten bij het vervangen van uitrustingsstukken, zoals doorslijpschijven.
    • Gebruikershandleiding van de apparatuur.
    • Controlepunten van het apparaat
    • Dagelijks onderhoud van de apparaat
    • Het houden van afstand tot collega's, omstanders, verkeer, objecten en bebouwing.
    • Stof bij slijpen voorkomen door altijd nat te slijpen èn een stofnevelmasker te dragen omdat er met de nevel ook schadelijk stof ingeademd wordt.
    • Als personen binnen een gevaarlijke afstand kunnen komen aanvullende maatregelen toepassen.
    • Laat een motoraangedreven apparaat niet onnodig stationair draaien (vanwege geluid, trillingen en uitlaatgassen).
    • Trilt het apparaat meer dan normaal: controleer het apparaat / doorslijpschijf bij stilstand.
    • Storingen pas opheffen als de machine is uitgeschakeld, volledig stilstaat en is uitgedraaid!
    • Als je een storing zelf niet kunt oplossen, vraag het je leidinggevende.
    • Gebruik een gevaarlijke machine niet meer.
    • Bereikbaarheid bij storingen of calamiteiten en bij wie je die moet melden.
    • Wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden.
    • Welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden:
      • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond
      • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
      • een veiligheidsbril eventueel in combinatie met een gelaatscherm
      • gehoorbescherming bij lawaaiige apparatuur (vanaf 80 dB(A) aanbevolen en vanaf 85 dB(A) verplicht) zie ook bijlage 1 van Geluid.
      • schone niet vale goed reflecterende signaalkleding bij werken in de openbare ruimte
      • En indien van toepassing:
      • regenkleding, die soepel zit
      • stofmasker
      • of andere specifieke middelen in bijzondere situaties
    • Wat te doen na afloop van het werk:
      • Maak de machine schoon en smeer door zoals afgesproken.
      • Controleer op schade, slijtage, scheuren in lassen of ontbrekende of loszittende onderdelen.
      • Informeer jouw leidinggevende over de defecten.
    • Vraag om aanvullende instructies als het werk afwijkt van de normale werkzaamheden.
    • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen  die in het bedrijf of in de sector hebben plaatsgevonden.
  • Check of men de instructies begrepen heeft.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Zorg voor beschermingsmiddelen waar goed mee gewerkt kan worden:
    • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond
    • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
    • veiligheidsbril bij opspattend materiaal
    • gehoorbescherming
    • stevige lange broek of overall
  • Een veiligheidsbroek of -overall wordt aanbevolen als verwonding kan plaatsvinden.
  • Zorg indien van toepassing voor:
    • regenkleding die soepel zit
    • signaalkleding
    • stofmasker
  • Zitten persoonlijke beschermingsmiddelen niet comfortabel, zijn ze verouderd of defect: bespreek het met je leidinggevende.

Wat u verder nog moet weten

  • Gebruik bij het doorslijpen van steen en beton een doorslijper die voorzien is van een watersysteem om stofemissie te voorkomen.
  • Gebruik altijd een stof/nevelfilter omdat in de waternevel schadelijke stoffen zitten die je niet mag inademen.
  • Voorkom beschadiging van accu's; 10 tips.

Meer informatie