Werken op hoogte

Werken op hoogte

motorkettingzaag veiligheid bakje hoog

Werken op hoogte bij de verzorging van bomen is specialistenwerk. In bos en natuur wordt daarbij meestal gewerkt met hoogwerkers, klimlijnen en ladders. De werkzaamheden in bos en natuur in en rond bomen die op hoogte worden verricht zijn o.a. het snoeien, vellen, knotten of uitkleden (het in stukken naar beneden halen) van bomen, en het ophangen van vogelkasten.

Belangrijke gevaren bij deze werkzaamheden zijn:

  • Het vallen van hoogte, hetzij bij het werken op hoogte zelf, hetzij bij het klimmen of afdalen;
  • Het ongecontroleerd vrijkomen van houtspanning (vooral bij zaagwerkzaamheden), waarbij door wegspringend hout een gevaarlijke situatie kan ontstaan.
  • Vallende voorwerpen (o.a. takken) en het werken met draaiende machines.

Zie ook lichamelijke belasting bij het werken met een motorkettingzaag en veilig werken met een motorkettingzaag.

Knelpunten

De kennis en ervaring van de medewerkers zijn onvoldoende afgestemd op de gevaren van deze specifieke werkzaamheden, die telkens in wisselende omstandigheden en met verschillende machines en gereedschappen worden uitgevoerd.

Het gebruik van apparatuur in combinatie met reiken en tillen verhoogt het valgevaar.

Onvoldoende draagvermogen van de bodem en obstakels in de directe omgeving van de werkplek.

Een instabiele werkplek.

Fysiek zwaar werk.

Het wegslaan van de ladder waarop gewerkt wordt door vallend hout.

De beperkte mogelijkheid om hulpmiddelen in te zetten brengen extra risico’s met zich mee.

Er worden onvoldoende correcte keuzes gemaakt voor het gebruik van voorzieningen, zoals de hoogwerker, bij het werken op hoogte.

Medewerkers kunnen de controle over het gereedschap (zoals de tophendelzaag) verliezen.

De brancheafspraken

Beoordeel vooraf en maak bewuste keuzes voor het gebruik van hulpmiddelen zodat je een stabiele werkplek creëert en het werk fysiek minder belastend maakt:
1. de (rol)steiger,
2. de hoogwerker,
3. het werkplateau / trap of
4. de ladder of positioneringsysteem (klimuitrusting).
(zie hiervoor de leidraad in het Stroomschema stabiele werkplek op hoogte).

Uitgangspunt is dat een ladder geen werkplek is en slechts wordt gebruikt waar andere middelen niet kunnen worden ingezet.

Zorg dat de juiste middelen en in goede staat beschikbaar zijn op de werkplek.

Medewerkers dienen te beschikken over een goede opleiding en kennis die is afgestemd op de feitelijke situaties (boomsoorten, hout onder spanning en vallend hout).

Maak in een hoogwerker gebruik van valbeveiliging.

Werk bij klimwerkzaamheden altijd met minimaal twee klimmers zodat direct hulp geboden kan worden aan in nood verkerende collega’s in de boom.

Werk niet met de motorkettingzaag op een ladder.

Houd de werkomgeving vrij zodat personen niet getroffen kunnen worden door vallende voorwerpen.

Houd bij het toewijzen van werkzaamheden rekening met de lichamelijke belastbaarheid van de werknemer, zorg voor afwisselend werk en rouleer.

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Inspecteer vooraf de boom/ bomen, beoordeel welke werkzaamheden er moeten plaats vinden, schat de risico’s in, bepaal de juiste werkwijze en stel op basis daarvan vast wat de noodzakelijke maatregelen zijn om het werk veilig uit te voeren.
  • Maak een bewuste keuze voor het gebruik van voorzieningen, zijnde:
    1. gebruik van de (rol)steiger,
    2. de hoogwerker,
    3. het werkplateau / trap,
    4. de klimuitrusting of de ladder.
    Economische beperkingen kunnen meewegen, maar beperkt en de keuze mag nooit leiden tot een gevaarlijke werksituatie (zie Stroomschema stabiele werkplek op hoogte).
  • Maak risico’s beheersbaar:
    • let op ruimte
    • draagkracht van de bodem
    • bereikbaarheid
    • krachten van het hout en het gewicht van de boom, de boomsoort
    • duur van het werk.
  • Maak goede afspraken met de opdrachtgever over de werkzaamheden en de benodigde voorwaarden en voorzieningen
  • Bespreek als er wegafzettingen nodig zijn de noodzakelijke afzetting en markering met de wegbeheerder.
  • Houd de werkplek ruim en vrij van obstakels. Houd publiek op afstand.
  • Zorg voor goede communicatiemiddelen op de werkplek. Ook als er onvoldoende direct zicht is tussen grondman en zager (bijv. door gebladerte) moet er goede communicatie mogelijk zijn.
  • Zorg voor een goede kennis bij de werknemers; deze moet afgestemd zijn op de feitelijke werksituaties.
  • Maak duidelijke afspraken bij welke (extreme) weersomstandigheden er geen werkzaamheden op hoogte verricht mogen worden: zoals sterke wind (windkracht 6 of meer), regen, sneeuw, hagel, ijzel, rijp, mist, onweer, hitte en kou.
  • Laat medewerkers niet met de motorkettingzaag op een ladder werken, en besteed extra aandacht voor het stabiel plaatsen en borgen van de ladder (zie ook Stroomschema stabiele werkplek op hoogte).
  • Zorg dat grondmedewerkers goed weten wat zij moeten doen in noodsituaties (bij ongevallen, maar ook bij technische defecten van bijvoorbeeld de hoogwerker)
  • Zorg voor afwisseling in de werkzaamheden en zorg dat tijdig pauzes genomen kan worden.
  • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen die in het bedrijf of in de sector hebben plaatsgevonden.
  • Zorg voor goede communicatiemiddelen op de werkplek.
  • Stem de bedrijfshulpverlening en de EHBO middelen af, op de risico’s van het werk en de werksituatie (zie ook Bedrijfshulpverlening / HGA)

Gereedschappen, machines en apparaten

  • Werk voor het werken op hoogte alleen met gekeurde en goed onderhouden machines.
  • Zorg er bovendien voor dat keuringsdocumenten en ook de gebruiksaanwijzingen voor controle of gebruik aanwezig zijn op de werkplek
  • Spreek met medewerkers af dat zij de machines en materialen regelmatig controleren op defecten en de veiligheidsvoorzieningen op goed functioneren, telkens voordat zij de materialen in gebruik nemen

In bos en natuur is het gebruik van valbescherming in een hoogwerker in principe altijd noodzakelijk door:

  • het werken op oneffen en/of zachte ondergrond of hellingen;
  • het risico dat de werkbak geraakt wordt door bijv. zware takken;
  • het reiken buiten de werkbak (vaak met machines en gereedschap) om de werkzaamheden te doen.

Als gewerkt wordt op een vlakke, stevige ondergrond, waarbij geen gevaar is voor zware vallende voorwerpen en rechtopstaand gewerkt wordt binnen een halve tot een hele armlengte (afhankelijk van het werk en het gewicht van de gebruikte apparatuur) van de rand van de werkbak en er geen aanvullende risico's zijn, kan het valgevaar zo klein zijn dat geen valbescherming noodzakelijk is. Stel dit per situatie vast.

Opleiding en instructie

  • Zorg voor medewerkers die opgeleid zijn en kennis hebben van het uit te voeren werk, de mogelijke gevaren en hoe hier mee om te gaan, en werken met de specifieke machines en gereedschappen, zoals werken met hoogwerker, veilig werken met steigers, klimmen e.d. Dit geldt niet alleen voor de mensen, die daadwerkelijk op hoogte werken, maar ook voor de collega’s op de grond.
  • Zorg ervoor dat medewerkers met een cursus of training regelmatig hun kennis en vaardigheden kunnen opfrissen of verdiepen.
  • Leid de bedrijfshulpverleners goed op en stem dit af of de werkzaamheden. Oefen jaarlijks, vergeet daarbij het reddend klimmen niet. (zie ook Bedrijfshulpverlening / HGA)

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Beoordeel steeds welke persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn en zorg dat deze beschikbaar zijn. (Zie ook: Persoonlijke beschermingsmiddelen)
  • Vervang verouderde of defecte persoonlijke beschermingsmiddelen, klimlijnen en klimgordels direct. Ook na een val moeten ze worden vervangen.

Wat u verder moet weten

Meer informatie