Arbobeleid

Arbobeleid

Arbobeleid is de manier waarop het bedrijf omgaat met de arbeidsomstandigheden en het ziekteverzuim. Het arbobeleid beschrijft de uitgangspunten en de doelstelling en maatregelen die zijn gericht op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Hoe concreter het arbobeleid is opgeschreven, hoe duidelijker de uitgangspunten zijn en hoe concreter de doelstellingen zijn geformuleerd, hoe makkelijker de werkgever, de werknemer, de preventiemedewerker en alle anderen betrokken bij arbeidsomstandigheden de juiste keuzes kunnen maken.

Wat is de gewenste situatie?

Arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid krijgen structureel aandacht.

Concrete doelstellingen helpen om het beleid te concretiseren en controleerbaar te maken.

Maatregelen

De risico’s uit de RIE zijn de basis voor het arbobeleid.

Zorg voor een basiscontract met uw arbodienst (Stigas).

Zorg voor een arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid binnen het bedrijf.

Voer een beleid om PSA (Psycho Sociale Arbeidsbelasting) te voorkomen.

Stem het beleid af met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.

Betrek de medewerkers bij het vaststellen van het beleid als er geen OR of PVT is.

Leg taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vast van personen die met de uitvoering van arbotaken worden belast; (directie, preventiemedewerker, leidinggevenden.

Zorg voor een actuele Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE) en een opgesteld plan van aanpak.

Evalueer regelmatig of genomen maatregelen op basis van de RIE effectief zijn.

Stel bedrijfsregels op en bespreek deze.

Zorg voor een verzuimprotocol.

Zorg voor registratie en analyse van het ziekteverzuim.

Zorg voor een preventiemedewerker binnen het bedrijf. (tot 25 werknemers mag de ondernemer zelf deze taak vervullen).

Zorg voor veilige arbeidsmiddelen.

Bied medewerkers een periodiek medisch onderzoek (PMO) aan.

Zorg voor voldoende opgeleide bedrijfshulpverleners.

Zorg voor voorlichting en instructie.

Houd toezicht op gemaakte afspraken over veilig en gezond werken.

Geef als leidinggevende altijd het goede voorbeeld.

Evalueer het arbobeleid jaarlijks en waar nodig pas het aan.

Toelichting op de maatregelen

  • Hanteer bij het arbobeleid de drie onderstaande principes:
    1. gebruik de arbeidshygiënische strategie (bronaanpak);
    2. let op de stand van de wetenschap (toepasbaar in de praktijk) en de professionele dienstverlening;
    3. hanteer het redelijkerwijs principe.
    De afweging voor het niveau van de maatregelen is gebaseerd op de term ‘redelijkerwijs ’.
  • Verhoog de veiligheid, betrouwbaarheid en het gebruiksgemak van arbeidsmiddelen door eisen te stellen bij aankoop (bijvoorbeeld m.b.t. geluid, trillingen, fysieke belasting, comfort en veiligheid) en te zorgen voor periodiek preventief onderhoud. De onderhoudsfrequentie hangt af van de gebruiksintensiteit en de gebruiksomstandigheden van het arbeidsmiddel. (Zie ook Machineveiligheid algemeen)

  • Zorg voor een actuele risico-inventarisatie en -evaluatie en plan van aanpak. Raadpleeg De RIE van Stigas 
  • Maak gebruik van de arbocatalogus voor oplossingen van aanwezige aandachtspunten en het geven van aantoonbare werkinstructies.
  • Evalueer jaarlijks de RIE en het plan van aanpak volgens het Stappenplan arbobeleid.
  • Maak afspraken over de wijze van het ziek melden en de contacten hierna en zorg voor verzuimbegeleiding, ondersteund door een bedrijfsarts of een arbodienst, tijdens arbeidsongeschiktheid. Neem een snelle re-integratie als speerpunt op. Zie ook Verzuim onder de duim.
  • De preventiemedewerker(s) moet(en) beschikken over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting om de bijstand op een goede manier te kunnen verlenen en zij moeten voldoende tijd hebben om de taken goed uit te kunnen voeren. In deze sector is het nodig dat de preventiemedewerker kennis heeft van veiligheid, geluid, trillingen, fysieke belasting en gevaarlijke stoffen. Zie e-learning preventiemedewerker.
  • Geef medewerkers mondelinge en schriftelijk instructie voor over de gevaren van het werk. Door laaggeletterdheid kan het voorkomen dat instructies die enkel schriftelijk uitgereikt worden, niet gelezen of begrepen worden.
  • Onderwerpen in de De Groene Sector zijn o.a.:
  • De medewerker is verplicht mee te werken aan de voorlichting.
  • Check of men de instructie goed begrepen heeft. Door problemen (streektaal, regio- of bedrijfsjargon, enz.) kunnen veiligheidsinstructies of aanwijzingen verkeerd begrepen worden.
  • Geef, bij taalproblemen, voorlichting in een voor betrokkene begrijpelijke taal.
  • Stimuleer het volgen van een cursus Nederlands.
  • Geef als leidinggevende altijd het goede voorbeeld, zodat instructies of werkafspraken nageleefd worden. Draag bijvoorbeeld ook de veiligheidsschoenen als u de loods binnen gaat waar de heftruck rond rijdt.
  • De sancties op het niet nakomen van afspraken moeten duidelijk zijn en vooraf gecommuniceerd met alle betrokkenen, bij voorkeur mondeling en schriftelijk. Dat kan ook in het bedrijfsreglement. Sancties gelden als de OR of PVT heeft ingestemd met het sanctiebeleid.