Uitmesten en instrooien van strostallen

Uitmesten en instrooien van strostallen

Met enige regelmaat worden strostallen handmatig uitgemest met een riek. Vaak gaat het om stallen waarin schapen of kalveren in groepen gehuisvest zijn en om eenlingboxen. Na het uitmesten wordt stro in balen aangevoerd, losgemaakt en over de stal verdeeld. Dit is vaak handwerk. Hierbij kan sprake zijn van stofbelasting.

Wat is de gewenste situatie?

Bij het uitmesten en instrooien van strostallen wordt de lichamelijke belasting zo veel mogelijk beperkt en de veiligheid is gewaarborgd.

Maatregelen

Wacht niet tot er een dik ingetrapt stropakket is ontstaan.

Hok de dieren op.

Gebruik bij handmatig uitmesten een kruiwagen met dubbel neuswiel. (zie afbeelding 1)

Zorg dan voor een oprijplank van voldoende breedte.

Beperk de afstorthoogte door een vaste stortplek waar met de voorlader of kraan geleegd kan worden.

Zorg voor een riek tot minimaal schouderhoogte.

Zorg voor voldoende frisse lucht (ventilatie) bij het instrooien.

Draag veiligheidslaarzen of veiligheidsschoenen.

Draag bij het hakselen van stro altijd een stofkapje van minimaal P2-kwaliteit.

graasdieren kruiwagen met dubbel neuswiel
Afbeelding 1

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Gebruik een sleufopslag of maak de mestfaalt niet te hoog. Dit voorkomt ongecontroleerd uitzakken van de taluds. Zorg dat de afstand tussen de stal en de mestfaalt zo kort mogelijk is.
  • Gebruik geen beschimmeld of rottend stro. Beschimmeld of rottend stro vergroot de kans op endotoxinen in het stro-stof.
  • Zorg dat de opslag van de strobalen of pakjes niet te hoog en voldoende stabiel is. Verbied kinderen om in deze opslag te spelen.
  • Zorg dat de stalvloer voldoende draagkracht heeft om ook de gebruikte werktuigen te dragen.
  • Maak voerhekken draaibaar en tussenwanden wegneembaar, zodat de stalvloer met mechanische werktuigen van beperkte omvang (bijvoorbeeld een bobcat) met de voorlader van een minishovel of met een trekker kan worden geruimd.
  • Bij gebruik van werktuigen: zorg voor voldoende ruimte om te manoeuvreren en zorg dat er geen personen of dieren in de ruimte aanwezig zijn.