Rooien en planten

Rooien en planten

Goedgekeurd door Sociale Partners
Getoetst door Inspectie SZW

Handmatig rooien en planten van struiken en bomen kan lichamelijk zwaar belastend zijn. Mechanische hulpmiddelen kunnen het werk vaak lichter maken.

Kluitenklem bij het planten van bomen.

Wat is de gewenste situatie?

Het rooien en planten leidt niet tot gezondheidsklachten.

Maatregelen

Eén persoon tilt niet meer dan 23 kg.

Voorkom duwen en trekken van meer dan 30 kg. Zie toelichting.

Zet, waar mogelijk, hulpmiddelen in om zwaar tillen, duwen en trekken te voorkomen.

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Beoordeel vooraf hoe het werk op fysiek verantwoorde wijze uitgevoerd kan worden.
  • Zet bij het rooi- en plantwerk hulpmiddelen in zoals; een hydraulische graafmachine, minigraver of minishovel als het werk te belastend is voor de gezondheid.
  • Zijn deze hulpmiddelen niet inzetbaar? Overleg met de opdrachtgever en/of ontwerper over alternatieven.
  • Zorg ervoor dat hulpmiddelen op tijd op de werkplek aanwezig zijn. Zo wordt voorkomen dat werkzaamheden alsnog handmatig uitgevoerd worden.
  • Als de situatie alleen handmatig graven toelaat, zorg dan dat de medewerkers geïnstrueerd zijn over een gezonde manier van werken (o.a. het juiste gereedschap, steellengte en werkhouding).
  • Instrueer de medewerkers. Bijlage Instructie Rooien en planten.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Gebruik bij rooiwerk een minigraver, stobbefrees of ander hulpmiddel. Omdat deze hulpmiddelen ook in smalle uitvoering (smaller dan 80 cm) leverbaar zijn, is bijna elke plaats bereikbaar.
  • Gebruik hulpmiddelen bij het verplaatsten van zware objecten (meer dan 23 kg). Een shovel, rupsdumper of minigraver bijvoorbeeld.
  • Gebruik de minigraver om het plantgat te graven.

Opleiding

  • Zorg voor medewerkers die opgeleid zijn en kennis hebben over het uit te voeren werk.
  • Instrueer de medewerkers in begrijpelijke taal en aantoonbaar over de gevaren van het werk en de te nemen maatregelen.
  • In de instructie aan de medewerkers moet minimaal het volgende (staat ook in de bijlage die je kan printen) aan de orde komen: 
    • De gevaren voor de gezondheid / veiligheid bij het rooien en planten.
    • Hoe die gevaren beheerst kunnen worden, bijvoorbeeld door handwerk machinaal uit te voeren.
    • Werken met de minigraver of kleine shovel.
    • Mogelijke obstakels in het terrein, zoals boomstronken, boomwortels, kuilen en greppels.
    • Wat te doen bij aanwezigheid van (grond)nesten van wespen, eikenprocessierups, enz. en de daarbij behorende persoonlijke beschermingsmiddelen.
    • Zwaar tillen (23 kg) voorkomen.
    • Vermijd tillen met een gedraaide rug.
    • Ga recht voor de te tillen last staan. 
    • Zorg voor een stabiele voetenstand. 
    • Bij laag werk; been naar achter strekken en afsteunen op voorste knie.
    • Kruiwagen niet te zwaar (niet meer dan 80 kg) beladen.
    • Breng bij het duwen en trekken van de kruiwagen de last rustig op gang om een piekbelasting te voorkomen.
    • De handen warm houden; gebruik handschoenen, bij voorkeur van leer.
    • Op tijd rustpauzes nemen is nodig om oververmoeidheid te voorkomen.
    • Persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt moeten worden:
      • veiligheidsschoeisel 
      • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
      • Indien van toepassing: 
        • schone, niet vale signaalkleding bij werken in de openbare ruimte
        • gehoorbescherming bij lawaaiige apparatuur (vanaf 80 dB(A) aanbevolen en vanaf 85 dB(A) verplicht)
        • regenkleding
        • of andere specifieke middelen in bijzondere situatie
  • Het melden van gevaarlijke situaties bij de leidinggevende is verplicht.
  • Check of men de instructie begrepen heeft.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Zorg voor beschermingsmiddelen waar goed mee gewerkt kan worden en maak afspraken over verplicht gebruik van:
    • veiligheidsschoeisel.
    • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer.
    • Indien van toepassing: 
      • schone, niet vale signaalkleding bij werken in de openbare ruimte
      • gehoorbescherming bij lawaaiige apparatuur (vanaf 80 dB(A) aanbevolen en vanaf 85 dB(A) verplicht) bij voorkeur otoplastieken (zie ook bijlage 1 van Geluid)
      • regenkleding, die soepel zit
      • stofmasker bij blootstelling aan stof(fen)
      • of andere specifieke middelen in bijzondere situaties
  • Zitten persoonlijke beschermingsmiddelen niet comfortabel, zijn ze verouderd of defect: bespreek het met de leidinggevende.

Meer informatie