Vierwielige trekkers

Vierwielige trekkers

Trekkers worden in combinatie met werktuigen ingezet voor verschillende werkzaamheden. Werkzaamheden in een normale moderne trekker met veiligheidscabine zijn relatief veilig, zo lang de chauffeur in de cabine blijft zitten en er geen mensen in de directe omgeving zijn. Gevaarlijke werkzaamheden zijn: het aankoppelen van werktuigen, deelname aan het verkeer en werken op taluds en hellingen.

Trekker maait talud

Wat is de gewenste situatie?

De werkplek en werkomgeving zijn zo veilig en gezond mogelijk.

De trekker is veilig en wordt conform de gebruikshandleiding gebruikt en onderhouden.

De medewerkers zijn voldoende deskundig en geïnstrueerd.

Maatregelen

Werk met goed onderhouden machines, conform de bijgeleverde gebruikshandleiding.

Zorg dat de trekker is voorzien van een veiligheidscabine of een veiligheidsbeugel of -frame en veiligheidsgordels voor de zitplaatsen.

Zorg dat de kennis en ervaring van de medewerkers is afgestemd op de gevaren van de combinatie trekker - machine - omgeving.

Zorg voor toezicht op een veilige uitvoering van het werk.

Laat alleen bestuurders met een T-rijbewijs een trekker besturen.

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Voorkom dat de bestuurder / bijrijder bij incidenten onder de trekker terecht komt; voorzie de zitplaatsen van veiligheidsgordels.
  • Maak afspraken over het gebruik van de veiligheidsgordels. Bij een ongeval kan men door de klap uit of van de trekker geslingerd worden. Zie filmpje
  • Zorg dat de trekker is voorzien van een laag aankoppelpunt voor getrokken werktuigen om het achteroverslaan te voorkomen.
  • Gebruik een aankoppelsysteem waarbij personen zich niet tussen de trekker en het werktuig hoeven te bevinden. Zorg voor goede verlichting en goed zicht.
  • Monteer eventueel extra spiegels of gebruik een camera met monitor. Kijk op Achteruitrijden met trekkers en grote machines.
  • Bepaal bij werken op taluds of hellingen vooraf welke techniek het beste ingezet kan worden. Kijk op Werken op hellingen en taluds.
  • Zorg dat de trekker veilig kan deelnemen aan het verkeer. Meer info.
  • Voer overdag verlichting (dimlicht) voor een betere zichtbaarheid.
  • Neem maatregelen, bij materiaal dat in de fronthef hangt en meer dan 3,5 meter voor het hart van het stuurwiel uitsteekt. Maatregelen kunnen zijn:
    • gebruik van spiegels,
    • camera’s of
    • begeleiding door een tweede persoon.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Onderhoud de trekker conform de gebruikshandleiding.
  • Controleer dagelijks: de vloeistofniveaus, de wielbouten en moeren en andere delen die de veiligheid kunnen beïnvloeden.
  • Laat de trekker periodiek keuren door een deskundige. Raadpleeg eventueel de leverancier.
  • Check de chauffeursstoel aantoonbaar.
  • Controleer de trillingsdempende rubbers van de machine periodiek. Een richtlijn is om deze eens per vier jaar te vervangen.
  • Zorg dat alle beweegbare delen van de hefinrichting soepel blijven draaien. Dat voorkomt ergernis bij aan- en afkoppelen.
  • Zorg dat er in de centrale draadspindel van de topstang (bovenste verbindingsstang) aan beide zijden minimaal 5 cm. draad aanwezig blijft voor veilig gebruik.
  • Voorzie hydraulische topstangen van een slangbreukbeveiliging of van afsluitkraan die bij transport dichtgezet wordt.
  • Bij storingen of onderhoud: schakel de trekker en de machine uit.

Opleiding en instructie

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Gebruik gehoorbescherming bij meer dan 80 dB(A).
  • Draag veiligheidsschoeisel met stroeve zolen.
  • Draag werkhandschoenen.
  • Gebruik handschoenen bij aan- en afkoppelen.
  • Draag signaalkleding bij werken in de openbare ruimte.

Wat u verder nog moet weten

  • Laat een trekker niet in een afgesloten ruimte draaien. De uitlaatgassen zijn zeer schadelijk voor de gezondheid.
  • Op- of bijpompen van banden kan gevaarlijk zijn. Geef aantoonbaar instructie aan de medewerkers Veilig oppompen van banden.
  • Verminder de blootstelling aan schokken en trillingen:
    • Stel bij aanschaf hoge eisen aan:
    • De ergonomie van de cabine.
    • Trillingsdemping, zoals stoeleigenschappen, vooras- en cabinevering, eigenschappen van de banden. Bespreek de norm waaraan een nieuwe machine moet voldoen. De dagelijks toegestane gebruiksduur is afhankelijk van het trillingsniveau.
    • Gebruik bij kippers en dumpers een kogeltrekhaak om overmatige trillingen en schokken te voorkomen.
    • Zorg voor periodieke controle van trillingsdempende rubbers van de machine. Vervang deze eens per vier jaar.
    • Geef een instructie Instellen van de stoel.

Meer informatie