Gewasbescherming

Gewasbescherming

Goedgekeurd door Sociale Partners
Getoetst door Inspectie SZW

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden mogen worden gebruikt nadat deze zijn toegelaten (Ctgb). Bij deze toelating worden hoge eisen gesteld aan de tekst op het etiket (wettelijk gebruiksvoorschrift) van elke verpakking. Het lezen van dit etiket is van groot belang. Ondanks de eisen die gesteld worden bij toelating van de middelen, kan blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en biociden leiden tot verschillende gezondheidsklachten, zowel op korte als op lange termijn. Dus is zorgvuldig handelen van groot belang. Blootstelling kan voorkomen bij:  het doseren, mengen en laden, toepassen en contact met gewassen die behandeld zijn en machinedelen of apparatuur en beschermingsmiddelen die vervuild zijn. Dit stuk gaat over het voorkomen of beperken van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Wat is de gewenste situatie?

Medewerkers lopen geen gezondheidsschade op bij het werken met onkruidbestrijding- en gewasbeschermingsmiddelen.

Maatregelen

De medewerker is deskundig en in het bezit van een geldige (spuit)licentie (bewijs van vakbekwaamheid);

Gebruik zo mogelijk niet-chemische bestrijdingsmethoden, als het loonbedrijf daar invloed op heeft;

Voorkom blootstelling aan de chemische stof door het toepassen van de meest veilige techniek;

Beperk de blootstelling aan de chemische stof door persoonlijke bescherming.

Toelichting op de maatregelen

ORGANISATIE EN VOORBEREIDING

  • Gebruik een veilige toepassingstechniek, waarbij de kans op emissie naar personen minimaal is.
    Voorbeelden: Het beperken van de drift door het gebruik van driftarme doppen. Gebruik van  een ‘vleugel’ op de spuitboom voor een neerwaartse luchtstroom. Hierdoor gaan ook fijnere druppels het gewas in en vermindert de drift tot 99%. Luchtondersteuning op een veldspuit zorgt voor een neerwaarts gerichte luchtstroom. De luchtstroom zorgt ervoor dat de fijnere druppels minder kans hebben om weg te waaien (minder drift).
  • Spreek met uw medewerkers af dat zij personen waarschuwen en wegsturen die zich binnen de gevarenzone willen begeven, bijvoorbeeld mensen tijdens het spuiten of die door zojuist bespoten gewas willen gaan lopen.
  • Voer een bestrijding alleen uit bij weinig wind (minder dan 5 m/s: windkracht 3 op 2 meter hoogte).
  • Raadpleeg de gebruikshandleiding of de leverancier voor onderhoud en vervanging van het cabinefilter.
  • Reinig de cabine regelmatig.
  • Zorg voor een goedgekeurd en goed onderhouden materieel, vrij van lekkages en goed werkende filters. Zie overzicht SKL keuringen.

Opleiding en instructie

  • De persoon die de toepassing uitvoert moet een geldig bewijs van vakbekwaamheid / (spuit)licentie hebben. Meer informatie www.erkenningen.nl. Voor enkele specifieke handelingen kan worden volstaan met een erkende veiligheidsinstructie.

  • Raadpleeg altijd vooraf de veiligheidsaanbevelingen op het etiket van het middel. Zie Bijlage 1
  • Het veiligheidsinformatieblad van het middel kunt u vinden op www.fytostat.nl
  • Als u meer informatie zoekt om een instructie te verzorgen, zie onder meer informatie, op de site van Stigas of in de toolbox gewasbeschermingsmiddelen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Stem de persoonlijke beschermingsmiddelen af op de werksituatie en de informatie op het etiket.
  • Gebruik altijd adembescherming (masker met filter) als er een kans op inademing van damp of nevel is, ook bij het doseren, mengen en laden van het middel.
  • Zorg voor het juiste filter passend bij de gevaarlijke stof waar tegen beschermt moet worden.
    Juiste filter,  met de juiste kleur-, letter-, cijfercode en een CE-markering.
  • Controleer voor gebruik of het masker goed afsluit. Voel of er geen ruimte is tussen masker en gezicht. Zorg dat werknemers die adembescherming moeten dragen geen (stoppel)baard hebben.
  • Keur het masker jaarlijks op een goede werking.
  • Vervang een A2P3 filter na 8 gebruiksuren en binnen één maand na opening. Zet daarom de datum van ingebruikname op het filter.
  • Gebruik een E-, K- en B-filter niet meer dan een keer.
  • Let op de uiterste gebruiksdatum op het filter.
  • Voorkom huidcontact door gebruik van schone handschoenen.
  • Werk altijd met speciale spuitkleding, bijvoorbeeld een witte overall, waardoor vervuiling snel zichtbaar is en er bovendien onderscheid is met de andere bedrijfskleding.
  • Als de kleding nat kan worden gebruik dan een vloeistofdichte overall en laarzen.
  • Gebruik ook persoonlijke beschermingsmiddelen bij het reinigen van de machine.
  • Bewaar de (nieuwe of schoongemaakte) persoonlijke beschermingsmiddelen in een aparte kast in de nabijheid van de opslagplaats of op bij de machine.
    Bewaar de maskers en filters nooit in de gewasbeschermingsmiddelenkast!
  • Bewaar het filter van het masker luchtdicht na gebruik.

Onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Na het spuiten, indien u een waterdichte overall gebruikt, deze met water (en zeep) reinigen.
  • Vervolgens de handschoenen met water (en zeep) reinigen. Gebruik van ongereinigde handschoenen is gevaarlijk, omdat chemische stoffen na enkele uren doordringen tot in de handschoen. Gebruik nooit ongereinigde handschoenen.
  • Schroef de filters van het masker en berg de filters luchtdicht op.
  • Reinig daarna ook het masker met water (en zeep).
  • Controleer de ventielen op:
    • verontreinigingen en
    • stugheid en
    • vervang deze tijdig (het rubber moet zacht zijn en goed aansluiten als het ventiel gesloten is).

Gezondheid

  • Als sprake is van gezondheidsklachten bij het werken met gewasbeschermingsmiddelen, of vragen over gezondheidsrisico's kan je terecht bij het preventiespreekuur van Stigas.
  • Spuiters die regelmatig spuitwerkzaamheden verrichten met gevaarlijke stoffen, kunnen, voor rekening van de werkgever, jaarlijks door middel van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek laten vaststellen of zij deze werkzaamheden zonder bezwaar kunnen verrichten.
    Zie artikel 75 CAO LEO

Jeugdigen

Verboden werkzaamheden voor 16- en 17-jarigen bij een loonbedrijf zijn:

  • Werken met stoffen die giftig zijn;
  • stoffen waarvoor men allergisch kan worden (sensibiliserend);
  • stoffen die kankerverwekkend zijn;
  • stoffen die DNA kunnen beschadigen;
  • stoffen die schadelijk zijn voor de voortplanting;
  • stoffen die zich in het lichaam ophopen of slecht zijn voor de
    gezondheid.

    Gevaarsaanduidingen horen op de verpakking van de stoffen te staan.

Houdt rekening met het feit dat jongeren onder de 16 jaar geen werkzaamheden mogen verrichten waarbij de mogelijkheid bestaat dat ze in contact komen met gevaarlijke stoffen (Nadere Regeling Kinderarbeid).Ten aanzien van bestrijdingsmiddelen betekent dit dat jongeren van 15 jaar en jonger niet eerder dan 2 weken na een bestrijding in of met een behandeld gewas mogen werken.

Meer informatie