Bescherm bewust
Wat zijn

CMR-stoffen

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden kunnen kankerverwekkende en/of mutagene en/of reproductietoxische eigenschappen (‘CMR stoffen’) hebben:

  • C: carcinogeen: kan kanker veroorzaken
  • M: mutageen: kan het DNA beschadigen en erfelijke veranderingen veroorzaken
  • R: reproductietoxisch: stoffen die een nadelige invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid, maar ook schade kunnen veroorzaken tijdens de ontwikkeling van het ongeboren kind en bijvoorbeeld kunnen leiden tot aangeboren afwijkingen.

Vanuit Arbowetgeving moet in eerste instantie gezocht worden naar alternatieven voor deze middelen. Als er aantoonbaar echt geen alternatief is kan je CMR middelen toepassen. Daarnaast moeten gegevens worden vastgelegd (zie onderstaande registratie) over wie met deze middelen werkt. Werknemers hebben recht op inzage in een afschrift van de gegevens die over hen zijn opgenomen.

Stigas ontvangt van het Ctgb tweemaal per jaar een overzicht van gewasbeschermingsmiddelen met CMR-eigenschappen.

Bekijk CMR overzicht >
Voor registratie van CMR-stoffen kan je onderstaande registratie gebruiken.

Bekijk registratie >

Voorlichtingen

Download de PowerPoint-voorlichting over veilig werken met gewasbeschermingsmiddelen, beschikbaar voor toepassers en voor medewerkers.

Bescherm_Bewust
      • Gewasbeschermingsmiddelen kunnen door je huid, via je ogen, je longen (inademen) en met eten en drinken (vieze handen) je lichaam binnenkomen.

      • In een goed geventileerde kast, zodat verdampte middelen niet in de kast ophopen.

      • Op deze pagina wordt het verschil tussen een gevaar en een risico uitgelegd. 

      • Overleg met je werkgever welke middelen worden gebruikt en vraag of hij uitleg geeft over mogelijke risico’s en of jij je moet beschermen. In de Arbowet staat dat de werkgever dit moet doen. Kijk ook bij de vuistregels op deze website. Op de website van werknemersorganisaties FNV en CNV vind je ook meer informatie.

      • Van de leverancier krijg je het VeiligheidsInformatieBlad (VIB). In het VIB staat  informatie over de risico's van een gewasbeschermingsmiddel. Er staat in beschreven hoe je op een veilige manier met het product om kan gaan. Op het  etiket staat hoe het middel toegepast moet worden in relatie tot te nemen maatregelen om je gezondheid te beschermen. Bij eventuele vragen kan je contact opnemen met je leverancier of met Stigas. 

      • Om gezondheidsrisico’s te voorkomen mogen er bij toepassing geen personen in de buurt aanwezig zijn. Dit om te voorkomen dat ze in aanraking kunnen komen met de drift/nevel/damp van de spuitvloeistof. Bespreek dit met de werkgever. Kom je er niet uit dan kan je een melding doen bij de Arbeidsinspectie. 

      • Als je vragen hebt over werkrisico's, persoonlijke beschermingsmiddelen of gezondheidsklachten die mogelijk samenhangen met het werk, dan kan je het preventiespreekuur bezoeken van jouw arbodienst. De medewerkers van de arbodienst hebben een beroepsgeheim. Dit betekent dat jouw persoonlijke gegevens en de bedrijfsgegevens vertrouwelijk worden behandeld. Ook wordt de afspraak niet doorgegeven aan jouw werkgever. Als eventuele gezondheidsklachten alleen kunnen verminderen door aanpassingen van het werk of de functie, krijgt je wel het advies om met je werkgever te overleggen.

      • Je mag de spuitlicentie halen in het jaar voordat je 18 wordt. Toepassen mag vanaf je 18e.

        Meer info: info van de Rijksoverheid

      • Binnen de herhalingsbijeenkomst Techniek en veiligheid moet veilig omgaan met gewasbeschermingsmiddelen een onderdeel zijn. Vanuit het project Bescherm Bewust van de sociale partners zal inhoud worden aangeleverd aan Bureau Erkenningen die gebruikt kan worden in de herhalingsbijeenkomsten. 

      • Bij toelating door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) wordt een middel beoordeeld op welke wijze het middel veilig kan worden gebruikt.

        Bij mengen komen meerdere middelen bij elkaar; er is dan sprake van een onbekend mengsel dat niet is beoordeeld.

        Als het VeiligheidsInformatieBIad (VIB) aangeeft dat persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen moeten worden bij het klaarmaken/mengen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zorg dan altijd voor maximale persoonlijke bescherming: volgelaatsmasker A2P3, spuitoverall, handschoenen en laarzen.

        Het gaat hier om een benadering (worstcasescenario), waarbij de risico’s van een of meerdere middelen bij elkaar komen en waarvan niet bekend is of deze risico’s elkaar versterken. Voor sommige toepassingen volstaat  ook een andere adembescherming, maar als standaard een volgelaatsmasker A2P3 wordt aangehouden, dan is bescherming altijd voldoende geregeld en kunnen er geen vergissingen ontstaan.

        Blijf checken of een A2P3filter volstaat. Check vooral bij nieuwe middelen of een ander filter moet worden gebruikt dan A2P3. 

      • Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten na elke toepassing worden gereinigd met lauw water en zeep en in een aparte ruimte worden gedroogd.

      • Er zijn gewasbeschermingsmiddelen die een risico kunnen vormen voor het ongeboren kind. De werkgever moet informatie geven als dit het geval is. Deze middelen zijn te herkennen aan:

        ·       H360: Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden

        ·       H360F: Kan de vruchtbaarheid schaden

        ·       H360D: Kan het ongeboren kind schaden

        ·       H360FD: Kan de vruchtbaarheid schaden. Kan het ongeboren kind schaden

        ·       H360Fd: Kan de vruchtbaarheid schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

        ·       H360Df: Kan het ongeboren kind schaden. Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden

        Als sprake is van het werken met genoemde middelen, neem dan contact op met de bedrijfsarts om dit te bespreken. Als het nodig is, kan dan samen de werkgever en de bedrijfsarts gekeken worden naar de mogelijkheden voor ander werk.

      • Vraag je werkgever wat de reden is dat je geen handschoenen krijg. Als op het etiket staat dat tijdens gewaswerkzaamheden 14 dagen na de toepassing geschikte handschoenen moeten worden gedragen, dan moet de werkgever deze verstrekken.

        Dit moeten vloeistofdichte handschoenen zijn: nitril of vinyl (hypoallergene) handschoenen, die voldoen aan de NEN-EN-ISO-374  en voorzien zijn van een CE- markering.